De Langste Dag

Het is vandaag de 25e dinsdag in het jaar 2011, een speciale dinsdag want het is vandaag ook nog eens de langste dag van  dit jaar. Althans zo heb ik het vroeger geleerd maar nadien ook in twijfel zien trekken toen ik wat ouder werd.

Maar ik hou me er vandaag maar aan, ik zit in mijn kamer achter mijn laptop en zie voor me een lichtblauwe lucht doortrokken met trails, sommigen heel smal en kort  met een lichtend puntje dat als een potloodpunt een streep trekt aan de hemel, oudere lijnen van wolken herinneren aan vliegtuigen die reeds geruime tijd geleden zijn overgevlogen.

Ik heb al vele jaren geleden dit fenomeen meegemaakt, maar toen waren het geen individuele vliegtuigen, maar formaties bommenwerpers die bij vele honderden overkwamen en waarbij de gehele lucht letterlijk dooortrokken was van vliegtuigtrails. Ik woonde toen in Delfzijl en de Geallieerde luchtvloten kwamen bij dag en bij nacht over om de Noordduitse steden aan te vallen, ’s nachts luisterden we naar het gebrom van die toestellen, naar het specifieke geluid van de reeds overgevlogen toestellen. Maar overdag was het indrukwekkend, een gestreepte hemel richting West naar Oost.

De Langste Dag. Ik heb dikwijls de film gezien maar ook die tijd meegemaakt. Het was een tijd van grote ellende, maar ook van hoop.

En nu recht tegenover mij zie ik de roodachtige hemel die aangeeft waar de ondergaande zon zojuist is verdwenen en denk ik weer aan de dag van vandaag, de Langste Dag die nu met de Noorderzon is vertrokken.    

Geplaatst in Algemeen | 5 Reacties

Het rode potlood (nog eens)

De Eerste Kamer werd maandag j.l. gekozen. Normaliter is dat niet spectaculair want velen vinden dat een overbodige kamer, waar senioren zich kunnen uitleven, een kamer die bovendien niet door de kiezer wordt gekozen maar door de Statenleden uit de Provincies. En die statenleden kunnen naar verkiezing hun stem uitbrengen zonder dat ook hun (!) kiezer daar iets van begrijpt. En ik die 60 jaar geleden me al voor de politiek interesseerde kan me voor mijn kop slaan  dat ik destijds wel wist dat die 1e kamer door de statenleden werden gekozen, maar niet dat er met stemmen gemanipuleerd kon worden. Hoewel, misschien heb ik het toch wel geweten, ik was notabene voorzitter van de  ARJOS (Anti-Revolutionaire Jongeren Studieclubs) in Delfzijl, ik was  lid van het Provinciaal Bestuur van de Arjos waar ook Hannie van Leeuwen toebehoorde. Zij maakte – destijds al een prominent lid van de Arjos in de provincie Groningen – tevens deel uit van het landelijk Hoofdbestuur van de Arjos.

Wij wisten hoe we moesten stemmen, (voor tweeerlei uitleg vatbaar!), wij wisten ook dat je alleen met een rood potlood je stem mocht uitbrengen. Rood is rood en rood is niet zwart, dat moet in dit geval (bij deze kamerverkiezing) ieder statenlid beseffen als zij/hij een 1e-kamer stem uitbrengt, maar een senior-statenlid in dezelfde situatie die een zwart potlood  hanteert?

Een afgang

Geplaatst in Algemeen | Reacties staat uit voor Het rode potlood (nog eens)

10 mei (Delfzijl 1940/Zeist 2011)

Inleiding.

Het is vandaag 10 mei 2011 en het is een warme dag, een dag waarop je buiten moet zijn om van de natuur te genieten. En dat is echt een dag voor mij, al jaren. Maar ik realiseer me wel dat dit niet voor mij alleen geldt, nee het geldt voor ons allen, voor iedereen. En bovendien niet alleen voor ons mensen, maar als je goed om je heen kijkt zie je dat ook de dierenwereld opleeft. Iedereen is dus blij: mens en dier.

Maar ja, naast mens en dier leven ook nog andere organismen. Wat een uitbundig ontwakend leven in de plantenwereld, varierend van boom tot struik, van aangewaaid plantje tot ontluikend onkruid. En dat allemaal in de maand mei, mijn maand want ik ben in mei geboren.    

 1940.

Omstreeks half 4 in de ochtend werden we door luide explosies gewekt, zo snel als mogelijk was gingen we richting haven waar we de puinhopen aantroffen van vernielde kranen, van de verwoeste markante vierkante vuurtoren op de zeedijk (van hetzelfde type als de iets noordelijker vuurtoren aan de dijk bij Nansum). Ook de zeesluis in het Eemskanaal was onklaar gemaakt. Bij ons en bij veel huizen werden stroken bruin papier op de ramen geplakt om evt. scherfwerking van rondvliegend glas te beperken.

Maar daar hadden wij geen tijd voor, er was zoveel te doen om ons heen, dus opnieuw naar ‘de dijk’.  Op zeker moment horen we vliegtuiggeronk en dan zien we vanuit het zuiden (richting Termunterzijl) een drie-tal vliegtuigen de kustlijn volgen, onze richting op. Een groot vliegtuig (een Ju-52?) in het midden en geflankeerd door 2 kleinere vliegtuigen (jachtvliegtuigen?) komt langzaam overvliegen en dan horen we geweervuur, afkomstig van Nederlandse soldaten in de haven of  op de dijk. De Duitsers reageren niet op dit vuur en vervolgen rustig hun weg. Op de Eems, de zeearm tussen Delfzijl en Emden (Ost-Friesland/Duitsland) is geen scheepvaartactiviteit waar te nemen en we verlaten de dijk op zoek naar nieuw avontuur.

En dat komt er, vlakbij ons huis aan de Buitensingel, voor de R.K.kerk en voor het huis van de heer Tjark van Dijk. Van Dijk, scheepsmakelaar/scheepsbevrachter in het dagelijks leven is tevens reserve-majoor van de landmacht en als zodanig belast met de leiding van het garnizoen in Delfzijl. Nu de havenfaciliteiten zijn opgeblazen zit zijn taak er op (althans zo werd destijds beweerd) en konden de militairen Delfzijl verlaten. Met vele anderen heb ik erbij gestaan dat de militairen met hun fiets aan de hand, in de houding werden gezet en hun commandant zich afmeldde bij genoemde majoor, staande voor zijn huis. Na een commando gingen de 100 tot 150 (?) wielrijders langs de Buitensingel richting Damsterdiep om zich volgens zeggen via Groningen naar de Afsluitdijk te begeven. (Of die tocht gelukt is betwijfel ik, ik heb er totnutoe nooit meer iets over vernomen).

2011.

Het wordt – na aanvankelijke bewolking – weer een mooie warme dag. Helaas niet voor ieder levend schepsel. Want als ik zoals iedere ochtend weer voor mijn raam sta en geniet van het uitzicht hoor en zie ik vogels, grotere en kleinere. Mijn aandacht gaat uit naar een ekster in mijn tuin, zou hij de ekster zijn die eergisteren stukjes kaas – die ‘mijn’ eksters zo graag lusten – van mij heeft gekregen? Het antwoord blijft achterwege want de opwellende vraag stokt: De ekster reageert totaal anders dan de Duitse formatie destijds boven Delfzijl, vandaag exact 71 jaar geleden. Hij vervolgt niet rustig zijn weg maar duikt in mijn heg om met een spartelend pas uit het ei gekropen vogeltje in zijn bek weer naar boven te komen. Na een paar happen is het gebeurd, het afweergeluid van de ouder ten spijt. Meteen wordt de volgende aanval ingezet en wij (mama-JanDor die ik inmiddels ook gealarmeerd heb) zijn getuige van weer een drama. Een aanwezige duif, kennelijk een vredesduif, wil intervenieren maar verlaat na bedreiging het toneel.

Wij zijn een uur later op weg naar een vriendin die vandaag haar 90e verjaardag viert, mevrouw Lien Mensink-Leithauser.  We wensen haar en haar kinderen (ook aangetrouwd) alle goeds toe.

Geplaatst in Algemeen | Één reactie

Het rode potlood (nog eens)

We gaan morgen weer stemmen (nog eens), althans voor de mensen die zich daarvoor geroepen voelen. Ik ben een van deze mensen want ik weet niet beter, ik heb altijd gestemd. Vroeger had je ‘opkomstplicht’ en als je je  had aangemeld bij het stembureau dan stemde je dus ook maar. En dan te bedenken dat het stemrecht destijds voor iedereen nog maar kortelings was ingevoerd. Ja, wij zijn een apart en eigenwijs volkje.

Dat eigenwijze volkje van toen had een scala van partijen waaruit ze konden kiezen, gelukkig hadden ze een houvast: de confessionele partijen hadden kerk en politiek, de socialisten hadden argumenten waarmee kiezers werden gewonnen: massale werkloosheid en de Colijn-kabinetten.

In die tijd hadden we ook nog Anton Mussert, hij kreeg met zijn NSB in 1936 heel veel stemmen – ik meen 6-8 %, ik kan het nakijken maar doe het niet – en kwam dus met dat percentage in de Tweede Kamer die uit 100 leden bestond (n.m.m. een in dit land nog steeds verantwoord aantal leden). In die tijd was het niet vreemd dat veel landgenoten op die mijnheer (die met zijn tante getrouwd was, of er later mee zou trouwen) hun stem zouden uitbrengen. Ik noemde hiervoor al de massale werkloosheid, maar in de grensgebieden met Duitsland konden veel Nederlandse arbeiders werk vinden. Daarenboven werden wij in de vooroorlogse periode via de pers en de nog jonge radio geinformeerd over de wreedheden in Rusland , ik herinner me nog een (Christelijk?) geillustreerd blad  waarin een paginagrote tekening van een spinneweb met  in het midden een formidabele  spin – met de kop van Stalin – was afgebeeld; Stalin die destijds vele millioenen Russische tegenstanders heeft afgeslacht.

Het rode potlood werd gehanteerd en de rondjes in de vierkanten op de respectieve lijsten werden ingevuld, iedere kiezer en kiezeres moest dat zelfstandig doen, zo stond het in de wet en zo staat het nog steeds in de kieswet (heb ik begrepen). “Iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen”    leerde vader ons al van jongsaf.

Wat leefden wij toen in een tijd, een heel andere tijd. Toen ik per 1  april 1935 voor ’t eerst naar de Lagere School (nu Basisschool) ging waren we nog een koloniale mogendheid, wij moesten in de hogere klassen  de 11 Nederlandse provincies, maar ook  alle eilanden in Ned.-Oost Indie leren met uiteraard de belangrijke steden/plaatsen, de vulkanen, de rivieren etc.. Hetzelfde gold voor West-Indie: Suriname en de eilanden. Tot voor kort kon ik al het geleerde nog opdreunen zoals het in de dertiger jaren er bij ons werd ingestampt; vanwege mijn enorme interesse reeds in die tijd voor deze tropische (“Nederlandse” ??) gebieden, denk ik met meer dan enige weemoed aan mijn jeugdige equatoriale fantasieen terug. Ik ben blij als ik lees dat het met mijn ‘verwanten’ daar goed gaat; of zij mij als een verwant zien betwijfel ik, en daar hebben ze ook reden voor, ze kennen me immers niet.

Terug naar de stembus, het rode potlood.

Provinciale Staten, stem erop want dat is een belangrijk recht. Is dat recht wel zo belangrijk? De gemeenten fuseren tot grotere gemeenten, dus minder gemeenten per provincie. Moeten we dan – zoals onlangs weer  werd gesuggereerd – ook provincies samenvoegen (fuseren), en zo de Eerste Kamer kiezen?  Nee natuurlijk, de Eerste Kamer staat toch al onder druk. Bovendien, wat heeft Nederand met 25  lidstaten  in de EU nog in te brengen?  De EU die – naast de overname van heel veel nationale bevoegdheden – vroeg of laat -onze 26 ministeries van Buitenlandse Zaken overbodig maakt en zal degraderen  tot consulaten.  

Vandaag, woensdag 2 maart 2011

Ik heb vanmiddag gestemd, stembureau met 3 ernstig toegankelijk kijkende dames waarvan 2 mijn paspoort bestudeerden of ik het wel echt was. Dat klopte, de dames in de leeftijd van jonge oma’s fiatteerden mijn document waarop ik iets voordeliger uitkom dan bijv. op mijn rijbewijs en zeker op mijn Hoge Veluwe  jaarkaart. Een mevrouw die het ‘ontvangstcomite’ vertelde dat ze haar oproepingskaart kwijtgeraakt was maar toch graag wilde stemmen kreeg nul op haar request. Mijn opmerking daarop dat ze over 3 jaar gelukkig weer kan stemmen viel bij het drietal stemdames wel in goede aarde, haar heb ik niet meer gezien omdat ik het rode potlood wilde hanteren, een rot-rode potlood waarmee ik een tijdlang mee aan het stoeien ben geweest. Het lukte tenslotte.   

En nu ga ik stoppen, ik heb de laatste paar uren heel weinig tweets gezien, we wachten immers op de voorlopige uitslagen die binnen een uur en mogelijk nog eerder op het TV-scherm te zien zullen zijn. Ik heb – en daardoor kan ik nu pas mijn blog afsluiten – ruim een uur geleden (n.a.v. een tweet) het ISS  boven mijn hoofd zien voorbijtrekken, heel helder en komende uit het westen. Na anderhalve minuut was ISS faded, maar ja wat wil je, de zon is immers in het (bijna)westen ook ondergegaan.

Nog een gezellige avond allemaal.  

 

,

 

 

r     

Geplaatst in Algemeen | Reacties staat uit voor Het rode potlood (nog eens)

Het Hoge Noorden

Stad en Ommeland

 Mama Jandor hoorde onlangs van onze ex-buurvrouw Ria dat ze met echtgenoot Pim een tweetal nachten in de hoofdstad van onze gelijknamige noordelijkste provincie heeft gelogeerd. ‘Het Hoge Noorden’ wordt dit gebied door  talloze Nederlanders in de streek waar ik nu woon genoemd, en ondanks dat dit mij niet zo aanspreekt – want  ik kom immers  uit Delfzijl – gebruik ik nu toch maar deze aanduiding. Daar op de dijk waar wij als jonge kinderen o.l.v. vader Baas overdag maar ook bij duisternis in de rondte moesten kijken, want er was zoveel te zien. De helft was lucht, veel lucht, in allerlei schakeringen, de andere helft bestond deels uit  het water van de Eems en van de  Dollard dat ons scheidde van het Duitse Ost-Friesland met in het Z.O. op zo’n 10 k.m. afstand de havenstad Emden met zijn vele kranen. Emden was een belangrijker haven dan Delfzijl en dat konden wij als kinderen eigenlijk niet goed hebben. Draaiden we de Eems de rug toe dan keken we over het Groninger platteland met zijn uitgestrekte landerijen, je zag her en der een toren waarvan mijn vader exact wist  welk dorp eromheen lag. De ‘Olle Grieze’ kon je vanaf de dijk niet zien, Appingedam belemmerde ons het zicht. Maar destijds kon je staande bij het Kantongerecht in Appingedam dat zich naast het prachtige oude stadhuis bevond, over het Damsterdiep die 98 meter hoge Martinitoren, de trots van ‘Stad en Ommeland’ bij helder weer heel goed zien en omgekeerd was bovenin de Martinitoren het uitzicht over het vlakke land fascinerend. Afstanden vervaagden, de 30 fietskilometers naar Delfzijl leken een peuleschilletje (dat vonden wij later ook), Eems en Dollard, Ost-Friesland en Emden lagen in het Oosten, en de Waddeneilanden in het Noorden, alles zag  je in een oogopslag. Draaide je nog verder tegen de klok in dan volgden Friesland in het Westen en Drenthe in het Zuiden, daar had je ook nog een paar oogopslagen voor nodig , al die beelden werden in je geheugen geprent en daar zijn ze nog altijd.

Noorderlicht

Het Noorden is waar de kompasnaald naar wijst, dat is in zijn algemeenheid wel juist, het werd ons al vroeg bijgebracht: vader en zijn oudste broer Cees (Cornelis) kwamen uit een zeevarende familie en wij woonden  in een havenstad. Hun vader, mijn opa  Jacob Baas werd 11 februari 1838 in Oudeschild* op Texel geboren uit generaties zeelui w.o. loodsen.  De zeemansverhalen over storm en noodweer spraken ons dus wel aan, bij springvloed en extreme hoge waterstand gingen we met vader naar de haven en naar de dijk om getuige te zijn van het barricaderen met planken en zandzakken van de haveningangen naar de lager gelegen vesting Delfzijl dat toen geen vesting meer was maar wel onze woonplaats. Een heel andere en bijzondere gebeurtenis was het  Noorderlicht, de lichtverschijnselen richting Skandinavie die bij bepaalde weersomstandigheden optraden en ook in Delfzijl te zien waren zij het minder uitbundig en zonder de kleurenvariaties die oom Cees in de Oostzee had meegemaakt.Omdat het fenomeen nu eenmaal overdag niet waarneembaar is, mochten we lang opblijven of werden er ’s nachts voor wakkergemaakt; vader vond dat zijn  kinderen dat ook moesten leren kennen en hoewel moeder altijd zwakjes protesteerde kleedde ze ons dan warm aan en liepen wij aan de hand van vader enthousiast naar de zeedijk. Als we na een uur of langer  min of meer verkleumd weer thuiskwamen was er altijd warm drinken om weer op temperatuur te komen zodat we daarna voldaan prompt in slaap konden vallen.   Ik heb als kind dikwijls het Noorderlicht aanschouwd, de uitschietende ‘vlammen’  afhankelijk van de intensiteit, maar altijd fascinerend. In tegenstelling tot het spektakel in het gebied op tientallen graden hogere breedte dan Delfzijl (= 53  N.B.) heb ik in nooit de fameuze kleurschakeringen mogen waarnemen die o.m. in Noord- Skandinavie werden en worden waargenomen. Daar bevindt zich pas echt: Het Hoge Noorden.

Midwolda/Oldambt

Op 9 maart 1864 werd mijn grootmoeder Ludewei Hovinga geboren, haar vader Habbo Tiessens Hovinga, geb. 21 oktober 1821, was landbouwer in Midwolda in het Oldambt een landbouwgebied gelegen tussen Delfzijl en Winschoten (niet te verwarren met Midwolda in het Westerkwartier, eveneens in de provincie Groningen). De kapitale boerderij waarvan er zovelen  in deze agrarische omgeving stonden, lag aan de hoofdweg van het dorp, de bijbehorende en met het woonhuis verbonden kapitale schuren grensden aan de direct daarachter gelegen landbouwgronden (c.a. 55 bunder(s) oftewel 55 h.a.).  Ik meen te weten dat deze boerderij in de 18e eeuw werd gebouwd en omstreeks 1970 door  brand werd verwoest. 

Roerigheden in 1835. Een kleine 10 jaar geleden kwam ik in het bezit van een aantal fotokopieen uit diverse publikaties (kranten, etc.) met als onderwerp  de boerenopstand in in het Oldambt anno 1835.  De  invoering van het kadaster in 1832 had tot gevolg dat veel boeren op de door hen drooggelegde nieuwe polders een hogere grondbelasting opgelegd kregen. Omdat ik niet op de hoogte ben van de juiste omstandigheden destijds bepaal ik me tot een van de hoofdpersonen, de landbouwer Hovinga. Ergens las ik dat op 5 januari 1835 te Winschoten de ‘executoriale verkoping’ zou plaatsvinden van 14 stuks vee van de landbouwer Hovinga te Beerta. In een ‘Herdruk van ‘Uit Winschoten’s verleden’ (uit het Nieuwsblad van het Noorden’ dd 2-4-’99) lees ik: (Quote) “Er kwam verzet onder aanvoering van de landbouwer E.H.Hovinga uit Beertsterhogen. Op zijn initiatief besloten de boeren in het geheel geen grondbelasting meer te betalen.  Kort na………namen de autoriteiten maatregelen en werden vijfhonderd militairen richting Winschoten gedirigeerd…..Op 7 januari 1835 werd Hovinga (gearresteerd als aanstichter van het oproer) in het rechtsgebouw verhoord” (Unquote).  Etc. etc. 

Parenteel van Sijbolt Habbes Hovinga. (http://www.hovinga-1.myweb.nl/hovinga5.htm)  dd. 10-02001.                                                                                                                         [Noot: mooie blauwe letters, maar ik krijg als reactie: “Helaas kunnen we http:// www.hovinga-1  (etc) niet vinden”]

I.1 Sijbolt Habbes HOVINGA, geb 28-04-1746  te Midwolda

II.4 Ties Sijbolts HOVINGA, geb 16-06-1774 te Oostwolderpolder

III.22 Habbo Tiessens HOVINGA, geb.21-10-1821 te Midwolda

IV.25 Ludewei HOVINGA, geb. 09-03-1864  te Midwolda, huwde met Meertinus MEIJERING, geb. 27-07-1866 (mijn zus Ludewe’ Marie, geb. 13 nov. 1925 werd naar haar vernoemd).

 Vraag:

Wie is die oproer-Hovinga, wat weet men van hem en waar is op ‘eenvoudige wijze’ (voor mij althans) na te gaan in hoeverre ik van hem nog familie ben.

 

Gerard Libertus Bouman

Ludewei was de moeder van Fokkina Maria, geb. 06-12-1891 (mijn moeder) te Wonseradeel en van o.a. Maria Fokkina, geb.27-07-1900 te  Nieuwe Pekela. Maria Fokkina huwde met Gerard Libertus Bouman, Ned. Hervormd predikant achtereenvolgens te Warns, Winschoten, Hardenberg, Oldenzaal en ‘s-Gravenhage(ziekenhuispredikant ‘Bronovo’). hij werd wegens openlijk verzet door de Duitse bezetter via Oberhausen naar het Concentratiekamp Dachau overgebracht. Op zaterdag 26 mei 1945 – na 3 1/2 jaar verblijf in dat concentratiekamp – werd hij na 3  dagreizen  weer verbonden met zijn echtgenote (onze lievelingstante Maria).

Diezelfde dag nog, van 8u. ‘s avonds tot  2u. ’s nachts bereidde hij zijn preek voor die hij de volgende dag, zondag 27 mei 1945 dus, in de Ned. Herv. kerk te Hardenberg heeft gehouden en daags daarop  bezocht hij zijn bejaarde vader, Dr. L.  Bouman,rustend huisarts in de stad Groningen. Op dinsdag 29 mei werd hij door de Militaire Commandant van Hardenberg, fungerende als zijn ‘chauffeur’ bij zijn schoonouders (het eveneens hoogbejaarde domineesechtpaar Meijering-Hovinga  in Delfzijl, mijn grootouders gebracht. Ik had die middag, evenals mijn broer Jaap dienst in het Gemeentehuis, hij administratief, ik als ordonnans maar onze diensten liepen echter niet parallel. Onwetend van wat er die middag stond te gebeuren kreeg ik te horen dat ik mij in de directe omgeving van het bureau van de commandant moest ophouden en in tegenstelling tot mijn dagelijkse ordonnanswerk het gebouw niet mocht verlaten. Na enkele onnozele klusjes  werd ik op zeker moment bij de baas – de militaire commandant Lub Edens, die ik overigens goed kende, hij had n.l. een groot electriciensbedrijf in het centrum van Delfzijl – geroepen die  mij opdracht gaf onverwijld  naar het huis van mijn grootouders te gaan. In een mum van tijd stond ik buiten (ik was 16 jaar jong en vlug ter been) en na enkele minuten – extra gedreven gedreven door nieuwsgierigheid -zag  ik voor het huis van mijn grootouders een daar geparkeerde auto van de Binnenlandse  Strijdkrachten.  Binnengekomen zag ik temidden van de voltallige familie tot mijn grote vreugde mijn oom Gerard. Wij begroetten elkaar heel hartelijk en het bleek dat hij nog dezelfde  humor had die ik van vroeger kende, zeker toen hij mij weer als vanouds na wat hartelijkheden toevoegde: Petrus, dit komt uit Dachau, dit stukje vlakgom heb ik uit een kantooor van de Gestapo voor jou meegenomen.  Het was een blij weerzien na  3 1/2  jaren van spanning voor mijn grootouders die hun schoonzoon, voor mijn ouders die hun zwager en voor ons kinderen die deze sympathieke oom weer in ons midden zagen. De enige afwezige was tante Maria, maar die had thuis de laatste dagen al zoveel emoties te verwerken gehad dat zij in Hardenberg was gebleven. Na verloop van tijd gingen we weer uit elkaar waarna  mijn oom door de militaire commandant van  Hardenberg – die dit bezoek met zijn collega in Delfzijl enige dagen tevoren had geregeld – weer naar huis werd gereden.

Verzetsgroep Zwaantje

Mij grootouders waren na het emeritaat van opa in augustus 1939 van de pastorie aan de Landstraat  naar een nieuwe woning verhuisd. Deze woning, eigendom van de huisarts dr. A. Oosterhuis stond aan de Noordersingel, nr. 24 (?) en keek aan de achterzijde uit op diens grote achtertuin, het doktershuis zelf lag aan de Landstraat een der hoofdstraten van Delfzijl. En daar recht tegenover  bevond zich de winkel met werkplaats en de woning van de heer L. Edens waar hij met echtgenote, 2 dochters en zoon Harm, (nog  familie ?), woonde.  Zowel Edens als zijn overbuurman Oosterhuis waren zeer actief in het verzet, de huisarts was eigenaar van een coaster die naar zijn echtgenote  Zwaantje  was genoemd. Dit schip heeft vanuit de Delfzijlse haven veel vluchtelingen  naar Zweden gesmokkeld. Het 232 blz. tellende boek Verzetsgroep Zwaantje, schrijver Wil Vening, ISBN 90 6010 411-0, verhaalt hierover en vermeldt o.m. ook over de verzetsactiviteiten van de heer Edens, van mijn H.B.S.-wiskundeleraar Piet Veninga  (5 jaar eerder ook van mijn broer Jaap)die door de Duitsers werd geexecuteerd en vele anderen die ik ook min of meer goed gekend heb.          

 

Mijn oom Gerard Libertus Bouman werd na enkele jaren Warns (ZW-hoek Friesland) predikant in Winschoten. Daar hebben mijn oudere broer, mijn zus en ik een heel fijn vakantie-adres gehad, oom en tante waren kinderloos en wij logeerden zowel in de zomervakantie als tijdens Oud/Nieuw bij hen.Dikwijls logeerde daar dan ook Bertje Bouman , even oud als mijn zusje. Hij was een zoon van een broer van oom Gerard en zei dus net als wij ook gewoon: ‘oom en tante’. Er werd zomers veel gefietst, gewandeld, speeltuinen (o.a. in Wedderveer) bezocht, etc.  Oom Gerard was in het bezit van een toverlantaarn en daar waren we weg van. Ik weet niet al te veel meer van de getoonde beelden, ze waren m.i. meer voor de oudere kinderen (broer Jaap, zusje Ludy en neef Bertje) bestemd; ik herinner me  wel de beelden van de Duitse herstelbetalingen na de ‘Groote Oorlog’ (WOI). Die beelden fascineerden me geweldig, eindeloze treinen, veel oorlogsschepen etc. etc. Oom Gerard lichtte de beelden toe, ik verslond later als 8 `a 10-jarige dit alles en hij had daar plezier in. Hij gaf mij het ingebonden boek DE OORLOG* ,geillustreerde geschiedenis van den wereldoorlog (H.P.Geerke en G.A.Brands, 1e deel), uitg. Meulenhoff & Co, Amsterdam op het Damrak  , 336 p. met veel tekst, officiele foto’s `en  -proclamaties). In deze voor-oorlogse periode kreeg ik van hem de toenaam PETRUS, als ik hem vroeg waarom juist die naam dan keek hij mij indringend/vriendelijk aan en antwoordde  steevast: ‘ik heb eens in het buitenland een icoon van Petrus gezien en daar lijk jij sprekend op’. Jaren later heb  ik vaak  iconen bewonderd, ook van Petrus, ik vond er niet een die op mij leek. De meest overeenkomende ‘gelijkenis’ vond ik altijd als ik in de spiegel keek, dan zei ik – als kind – slechts: Dag Petrus ! en dan lachte ik om mezelf, mijn spiegelbeeld apprecieerde dat en lachte terug.

 

Stoomtrein-, stoomtram- en busverbindingen met Delfzijl

 Het waren er veel vond ik, in mijn Lagere Schoolleeftijd waren dat:

1.  De spoorverbinding Groningen-Stad via  Bedum  naar Delfzijl, bij Bedum was er (nog steeds) de aftakking naar Roodeschool,

2.  De spoorverbinding Groningen-stad naar Delfzijl ten zuiden van het Eemskanaal (het zogeheten Woltjerspoor),

3.  De stoomtram verbinding Delfzijl-Winschoten, het  O.G-trammetje door Oostelijk Groningen,

4.  De DAM-bus in onze provincie, o.a. Groningen-Delfzijl

5.  De O.G.-bus, o.a. Delfzijl-Winschoten

 

Het hoofdkantoor van de Damster Autobus Maatschappij stond in Appingedam (Dam), als je met de bus wilde reizen en je had een fiets bij je die ook mee moest, dan klapte de buschauffeur een aantal treden aan de zijkant van de bus naar beneden (een soort ouderwetse auto-richtingaanwijzers) en klom naar boven, je moest hem wel je fiets aanreiken die hij dan met de wielen plaatste in een 1 5 `a  20 c.m. hoge ‘reling’  aan weerszijden in de lengterichting bovenop het  dak van de bus. Bestemming bereikt: omgekeerde handeling. Ik heb er als kind dikwijls naar staan kijken, als passagier, maar ook als jonge- en nieuwsgierige ‘voorbijganger’ die meteen in de gaten had dat iemand met zijn fiets staande bij een bushalte kennelijk mee wilde reizen; ik bleef altijd even staan om al die handelingen goed te kunnen volgen, maar voor zover ik me herinner hebben wij nooit een fiets meegegeven. Mijn vader vond dat onze benen sterk genoeg waren om grote afstanden te fietsen, als mijn moeder en mijn zusje met de bus naar Groningen gingen, raceden wij op de fiets de  iets kortere route langs het Damsterdiep en waren nagenoeg gelijktijdig in de hoofdstad.  

Tenslotte de bus Delfzijl-Winschoten, de O.G.-bus (busvervoer in OostelijkGroningen). Begin/eindpunt N.S.-station Delfzijl resp. N.S.-station Winschoten. Stopte op verzoek bijna overal hoewel er ook enkele vaste haltes waren, lange reisduur dus. Toen Jaap en Ludy eens in Winschoten waren aangekomen was ik er niet bij. Geen telefoon, mobiel of twitter: maar…in Delfzijl werd wel een telegram bezorgd: No. 3 wordt verwacht. Dus aan de hand van mama onze straat, de Singel, overgestoken om daar op het trottoir bij het hek van ‘meneer Pastoor’  te wachten op de bus die we na enige minuten – het NS-station is vlakbij – om de hoek van de Landstaat zien aankomen. Als de bus stopt gaat de jeugdige passagier met zijn tasje alleen naar binnen, maar niet na heel teder afscheid van mama te hebben genomen want het is ook nog niet zo heel lang geleden dat hij zijn mama eens toevertrouwde:. “Wij hoote (‘oo’ in de klank van ‘hooren’) bij mekaar”.  [En hoevaak heeft die mama/moeder in latere jaren deze – haar diepgetroffen kinderlijke – liefdesverklaring met de betrokkene, de inmiddels opgroeiende zoon herhaald]. Zij geeft de buschauffeur  nauwkeurige instructies, instructies van een bezorgde moeder aan een empatische chauffeur die haar ruim 4-jarig  zoontje ‘zomaar’ meekrijgt. Maar die chauffeur weet van wanten: “Hier jij, achter mij op de  bank”, het jochie voldoet  meteen aan het bevel want hij begrijpt deze duidelijke taal (die hem van tevoren ook al thuis werd ingeprent) en dat stelt de in verwachting zijnde mama gerust, zij voelt wel aan dat deze chauffeur haar tot dan toe  jongste kind op het plein voor het Winschoter NS-station twee uren later behouden aan haar jongere zus zal overdragen. 

Onderweg moeten ook weer fietsen op het dak van de bus worden geplaatst door de chauffeur, maar hij verricht deze  handelingen eerst nadat hij zijn ‘prote’ge’  op zijn gronings/’grunnens’) dreigend vriendelijk heeft  toegevoegd ‘En doe blifst op dien ploats zittn’.  Het jochie blijft op zijn bank zitten vanwaar hij alles wat de chauffeur doet  nauwkeurig volgt. Als de rit verder gaat komt ineens de vraag van een vrouwelijke passagier aan de kleuter die in zijn onschuld  beleefd antwoordt en zegt dat hij alleen reist. Dan volgt er een verontwaardigde reactie naar de chauffeur: ‘Onverantwoord zo’n klein kind alleen te laten reizen’, het kind heeft hier geen weerwoord, de opmerking ontgaat hem deels, maar de essentie blijft hem haarscherp bij: na ruim 3/4 eeuw ziet hij het  weer voor zich, houdt er echter geen enkele frustatie van over.

Maar de rit is nog niet teneinde, Winschoten ligt hemelsbreed misschien 20 `a 25  km van Delfzijl en de bus volgt ieder weggetje die hij op zijn route tegenkomt (sterk overdreven !), de busreis duurt dan ook zo’n twee uren. (Nu het zovele jaren geleden is moet ik opmerken dat ik me het ‘busboekje’ ook niet meer zo goed kan herinneren, en misschien was er wel helemaal geen O.G.-busboekje ! ).

De passagiers zijn gemoedelijke plattelandsmensen waartussen  de alleenreizende kleuter zich thuis voelt, de buschauffeur heeft hen over hem ingelicht en nu passen ze allemaal een beetje op hem. En dat is ook goed want als  ineens een oud vrouwtje helemaal in het zwart gekleed, onwel wordt moet er worden ingegrepen en daarvoor is in eerst instantie de aangewezen persoon de buschauffeur. Maar ook de andere  passagiers betuigen hun medeleven en vormen al spoedig  een cordon om het bejaarde slachtoffer, typisch menselijk. Maar als dan ook de jongste buspassagier van zijn plaats opstaat, niemand houdt hem immers meer in de gaten,  om – ook typisch (kinder)menselijk – z`ijn medeleven/belangstelling of wat dies meer zij te tonen – al die grote mensen belemmeren hem immers nu het uitzicht op dat oude vrouwtje – dan wordt hij door de gehele busgemeente weer naar ‘zijn’ bank teruggestuurd. De buschauffeur en enkele behulpzame reizigers brengen tenslotte de bejaarde vrouw bij  een klein huisje binnen waar verder voor haar zal worden gezorgd. Als zij terugkomen vervolgt de bus zijn route.

Daarna volgt de aankomst voor NS-station Winschoten* waar tante Maria met Jaap en Ludy op het neefje en broertje wachten; het afscheid van de chauffeur is niet beklijft er  zijn immers ook zoveel indrukken te verwerken, maar mijn tante kennende zal zij hem zeker voor zijn goede zorgen bedankt hebben. En die kleuter heeft nu in Winschoten heel veel te vertellen en…. misschien kan hij het na al die jaren nog wel, ook  nu hij wat ouder is geworden.

 

Slotbemerking

*Aanvankelijk was ik van plan dit blog korter te maken en van foto’s etc. te voorzien, dat is me niet gelukt. Ik heb nagenoeg al mijn ansichtkaarten nog uit mijn kinderjaren, de oudsten zijn uit 1932, o.a. het O.G.-busstation voor het N.S.-station in Winschoten. Dat is dus de tijd van dat jochie waarover ik hier heb geschreven

In de Texelse Courant van Zaterdag30  november 1991 (p3) trof ik een artikel aan onder het kopje: ‘Televisiester Carry tefsen had Texelse oma (met een mooie grote foto van haar en wat voor mij zo interessant was dat op de kleine foto linksonder het rijtje huizen staat waar in een van de huizen mijn grootvader Jacob Baas op 11 feb 1838 werd geboren. Mogelijk is het rijtje huizen van na 1838, maar hij heeft er met zijn vader Cornelis ( geb. 18 nov. 1894) nog wel gewoond (=meded, museum Oudeschild eind 1991) 

De NS-verbindingen zijn stiefkindje geworden, die komen nog wel eens aan bod.

 

NIEUWJAARSWENS  

Ik wens iedereen, ook al mijn twittervrienden:

 EEN GELUKKIG 2011

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

Geplaatst in Algemeen | 8 Reacties

weer een JAAR

Het jaar 2010 loopt ten einde en dat beseffen we allemaal, welk soort kalender ook bij ons thuis hangt, het einde komt eraan, de kalender is onverbiddellijk. Ik heb het hier wel over kalenders volgens onze Christelijke jaartelling.

 

Jaarkalender

  In dit geval kijken we elk jaar tegen 12 mooie plaatjes aan waarop bergen en dalen te zien zijn als de gulle gevers in Zwitserland, in de Rocky Mountains of in andere berggebieden op vakantie zijn geweest. Die bergen en dalen kunnen ons doen filosoferen over onze eigen levensloop met zijn ups en downs en als ons jaar slechts 365 dagen telt dan kunnen we daar soms meer, maar ook minder gelukkig over zijn. Degenen die Griekenland kennen, die in Indonesie zijn geweest, die de fjorden kennen, ze zullen allemaal verschillende jaarkalenders mee terug naar huis nemen. Er zijn ook Christelijke jaarkalenders waaronder vaak ook hele mooie, wij hebben immers de Christelijke jaartelling.  

 

Scheurkalender

Onze scheurkalenders bevatten dikwijls serieuze  en opvoedkundige lessen, geheel in de geest van Sint Nicolaas en als er op een binnenvallend pakje uitsluitend de naam staat van degene voor wie het is bestemd, dan weten wij wel wie de afzender is, niemand gebruikt in dit seizoen – anders dan de Sint – immers ons  openhaardkanaal.  Na 6 december zijn we aanvankelijk  drukdoende met Kerst en Oud/Nieuw, maar dan is het zover: per 1 januari fungeert de nieuwe scheurkalender en begint het aftellen weer. Is die dag voorbij? Weg met de tekst, morgen is er weer een nieuwe dag met een andere tekst, overmorgen ook, etc. etc. Meestal 365 keer per jaar, slechts eens in de 4 jaar een  schrikkeljaar zoals de ouderen onder ons (w.o. ik) reeds op de Lagere School hebben  geleerd. Het systeem werd door Paus Gregorius XIII in 1582 ingevoerd, zij het nog slechts beperkt tot de Katholieke-staten. In hoeverre deze paus die honderden jaren later dan Sinterklaas  is geboren nog contact met onze goedheiligman heeft gehad, o.a. ten aanzien van  de vaststelling van diens verjaardag, is mij niet bekend. 

Verjaardagkalender

In elk toilet hangt wel een verjaardagkalender waar iedere gast of  ‘bezoeker’  kan lezen wie van onze familie, vrienden of kennissen jarig is (geweest) of binnenkort jarig is. Dat is een mooie traditie die ik eerst tenvolle kon waarderen toen ik – nog slechts korte tijd op de Lagere School – heb leren lezen. Op het toilet kun je 2 dingen tegelijk doen,  een ervan is de verjaardagkalender bestuderen. (In dit verband heb ik eens een uitspraak van Oldebarnevelt gelezen waarin hij gezegd zou hebben: Ik kan maar een ding tegelijk doen, maar dat doe ik dan ook heel goed.  Helaas werd hem de ‘oude dag’ niet gegund!). Mijn grootouders hadden in mijn jeugd een heel oude en heel mooie kalender in hun toilet hangen: deftige dames in lange chique toiletten met dito hoeden. Wat heb ik in bewondering naar die dames (op)gekeken vanaf mijn  houten ‘zitvlak’ met de grote ronde opening in het midden. Dat waren nog eens toiletten! Het soliede bijpassend houten deksel – meestal in dezelfde kleur – werd eerst verwijderd nadat het haakje aan de deur bevestigd was. Pas later kregen mijn grootouders een sluiting aan de deur die werkte als een ouderwetse spoorwissel, je moest een hendeltje kiepen waardoor zowel de deur in het slot viel als aan de buitenkant te lezen was: BEZET  

 De mooie damesplaten waren wel eens de oorzaak dat ik vergat waarvoor ik was gekomen. Die kalender hing er al sinds de eeuwwiseling 1900 (geen schrikkeljaar dus!), oma en opa waren toen nog jong: 36 en 34 jaar oud en ze waren zuinig op die mooie kalender die met doorhalingen aangaf welke dierbaren – familieleden en vrienden – reeds overleden waren. Als tegenwicht stond gelukkig een nog grotere groep nieuwelingen  met dezelfde namen als wij op de kalender bijgeschreven, namen van onze neefjes en nichtjes die ook naar opa en oma genoemd waren. Dit jonge volkje vormde 3/4 eeuw geleden, evenals dat in de meeste gezinnen het geval was, de basis voor een  evenwichtige bevolkingsopbouw; qua vorm gelijkend op de Piramide van Austerlitz maar qua samenstelling veel stabieler. Echter, 75 jaren hebben hun tol geeist, het ‘jonge volkje’  is naar boven geschoven tot in bovenste regionen van de bevolkingskegel, maar waar destijds  sprake was van een breed draagvlak daar zien we nu een smalle basis.

Slot

We zullen het allemaal wel zien, deze week las ik op twitter (ik meen geplaatst door @tuttel) dat een ‘verjaardagkalender’  met alle namen van  tweeps erop in wording is. En die kalender zou dan al binnen afzienbare tijd geraadpleegd kunnen worden. Voor de ouderen onder ons is het wel oppassen geblazen!Maximum leeftijd: 72 jaar ! 

Op deze Kerstavond, een week voor Oudjaar, sluit ik mijn blog en wens al mijn twittervrienden en mijn bloglezers toe:

PRETTIGE KERSTDAGEN EN EEN GOED EN GEZOND NIEUW JAAR (2011)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Algemeen | Één reactie

Sint Nicolaas/ ‘Zie ginds komt de stoomboot’

-Zie ginds komt de Stoomboot

Christelijke Jaartelling

Volgens de Christelijke Jaartelling leven we nu in het jaar 2010, een jaar dat nu ten einde loopt. Nog 4 weken oftewel 27 dagen en dan is het 1 januari 2011, 27 van de 365 jaardagen en dat is 8 %. De mens wordt naar verwachting ‘binnenkort’ wel 100 jaar oud en we kunnen het afgelegde jaartraject (2010) dus zo’n beetje vergelijken met een bejaarde van 92 jaar. Volgens de ANBO  behoor je  dan al 42 jaar tot de Senioren. [Hoe de andere Ouderenbonden daarover denken weet ik niet]

In het jaar 28o werd in Lycie een kind geboren dat vele jaren later op 62 jarige leeftijd (6 december 342),  in de stad Myra, een havenstad in Turkije (Klein-Azie)  ook in die streek zou komen te overlijden. Nikolaas was zijn naam en hij kreeg alom bekendheid om zijn menslievende aktiviteiten, na zijn overlijden werd hij in Myra begraven, althans zo wordt beweerd.

Een volgende bewering is dat  zijn stoffelijk overschot in het jaar 1087 door Italiaanse zeelui werd geroofd om te worden overgebracht naar Bari dat deel uitmaakte van het Spaanse Rijk. De mythe over zijn menslievendheid  herkennen wij thans nog bij  ‘onze’  Sint Nicolaas – die  door het Vatikaan weliswaar niet als een ‘heilige’ wordt erkend  maar door  ons wel als zodanig  wordt beschouwd, ieder jaar opnieuw stomende  uit Spanje naar Nederland (vrij naar Wikipedia). Daarover zingen wij nog steeds:  Zie ginds komt de stoomboot.

We weten niet wanneer Sint Nicolaas voor het eerst naar Nederland kwam.  We weten wel dat 100 jaar voor Christus de Batavieren in ons land kwamen (en er bleven).  Ons land was dus al een kleine 400 jaar bewoond toen Nikolaas  in 280 nC (zie boven) in Myra werd geboren. Tot het tegendeel blijkt ga ik er van uit dat dit gegeven juist is. Maar dan rijzen er vragen.

Zee-zeil-vervoer

Met uitzondering van de heel kleintjes onder ons weten dat h`et middel van vervoer over grotere afstanden het schip, het zeilschip was.  Over land kon men ook reizen, maar over relatief  korte afstand, denk  bijv. aan: ‘De Wijzen uit het Oosten’ [zie Mattheus 2:1 t/m12]. Later wilden we – ook als een soort ‘Wijzen uit het Oosten’ – maar nu overzee, vanuit Europa naar China reizen. Goed bedacht, maar onwetendheid plus een enorme hoeveelheid lef, vakmanschap, discipline, geluk  en doorzettingsvermogen  deden de Westerlingen en passant Amerika ontdekken. Dat werelddeel was echter reeds door de Vikingers  bezocht, maar dat hoorden we pas veel later. Voorlopig was het door Columbus nieuw ontdekte gebied eigendom van de Koning van Hispanje (U weet wel: ‘die wij altijd hebben geeerd’) . Maar Columbus zal die koning die hem liet vallen, wel uit noodzaak hebben  geeerd, maar ja: ‘wiens geld………………’

Wij Nederlanders met een Spaanse koning zongen waarschijnlijk in die tijden rond eind november een andere dan de ons nu zo bekende tekst, toentertijd kende men immers  het gezegde ‘stoom afblazen’ niet  en  luidde de tekst misschien: Zie ginds komt het  zeilschip  uit Spanje weer aan, hij brengt ons Sintniklaas ik zie hem al staan, hoe huppelt zijn paardje de campagne  op en neer, hoe zwaaien de pieten al heen en al weer.

Zee-zeil-vervoer (2)  

De jaren verstrijken, de koning van hispanje wordt niet meer zo geeerd, hij oefent n.l. een schrikbewind uit. Wat hij bij de Inca’s in de pas veroverde gebieden in Amerika heeft gedaan, dat moet ook in de Lage Landen plaatshebben. Hoe het hier met Sinterklaas vergaat in deze onrustige tijden heb ik totnutoe niet kunnen achterhalen, ik vrees het ergste.  Dat Sinterklaas in deze tijd naar de Inca’s is gegaan geloof ik niet, maar wie het weet mag het zeggen  [Wikileaks?].

Na de vernietiging in van de Spaanse ‘Onoverwinnelijke Vloot’ zong men in de Nederlanden: Nu komt er niks meer uit Spanje vandaan. Jammer 🙁   

 

 Reformatie

De Lage Landen maken zich los van Spanje, houden  de z.g. Dordtse Synode in 1611 waarin alle protestantse groeperingen trachten op een lijn te geraken in de nederlandse kerken na het verbod op de R.K. godsdienst alhier, de deelnemers aan de Synode werden in Dordrecht bij particulieren ondergebracht. In dit verband wil ik de eveneens in Dordrecht te houden  Nationale Synode op vrijdag 10 en zaterdag 11 december 2010 onder de aandacht brengen; deze Synode – waarvoor ik ook een uitnodiging mocht ontvangen maar er geen gevolg aan kan geven – zal worden bijgewoond door vertenwoordigers van vele protestanse kerkelijke richtingen uiteenlopend van rechtzinnig tot vrijzinnig die – evenals 399 jaar geleden – opnieuw bij particulieren onderdak zullen krijgen.     
    
Stoomtijdperk
 
De 19e eeuw   bracht nieuwe technieken: de stoom deed zijn intrede, in eerste instantie over land: Europa en Noord-Amerika bouwden een spoorwegnet met treinen getrokken door stoomlocomotieven. Op zee verschenen de eerste stoomschepen. Mjn vader Reijer Baas, geboren 1880 te Delfzijl memoreerde nog wel eens dat zijn ooms in Den Helder en Oudeschild/Texel (waar zijn vader, mijn opa Jacob Baas in 1838 werd geboren) hem als opgroeiende jongen dikwijls vertelden over de tijd dat  zij de eerste stoomschepen op zee hadden gezien.
 
Anno 1850, 239 jaar na de Dordtse Synode van 1611 was de kerkelijke lucht min of meer  opgeklaard maar was door de intrede van stoommachines ter zee en op het land een volgende stap gezet naar luchtvervuiling, zij het op geringe schaal. In de dagen voor  6 december zullen de kinderen de nieuwe versie van het Sinterklaas-aankomst-lied,
 Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan,  wel snel aangeleerd en gezongen hebben, zij wisten inmiddels ook wat een stoomboot was.
 
.  
Vliegtuigtijdperk
Er varen geen stoomboten meer, alleen nostalgische stoomboten. Het vliegtuig domineert evenals de ook daaraan  verbonden communicatie-middelen als internet.
Zo ging Woensdag j.l. mijn 18-jarige buurman – na succesvolle beeindiging van zijn VWO-opleiding – per vliegtuig via Beying naar Sydney (NSW), hij wil een half jaar reizen en werken in Australie.
Ik ben achter mijn laptop gaan zitten en tegen de tijd dat hij het Australische luchtruim zou binnenvliegen heb ik de vluchtgegevens ingevoerd en kreeg prompt  de  ETA  Sydney-Airport.                              En toen moest ik modern denken aan Sinterklaas:
 
Zie ginds komt de Airbus uit NL eraan, hij staat al op Sydney-radar, komt nu uit Beying vandaan,
Maar niks van de Sint, ook  geen lachende Piet
Geen huppelend paard, en dat doet me verdriet.
de cursieve  
 
Conclusie
 
Na dit alles gezegd te hebben besluit ik toch vast te houden  – ondanks alle tekortkomingen – aan het aloude Sinterklaasreislied:
 
Zie ginds komt de Stoomboot uit Spanje………
 
Zondag, 5 december 2010
 
N.B. Mijn moeder werd op 6 december (1891) geboren, zij heeft dat altijd betreurd: iedereen kreeg immers een of meer cadeautjes.Maar ja, opa en oma waren nog jong, de strenge winter van 1890 hield het vrachtschip met de nieuwe meubels vast op de bevroren binnenwateren tussen Midwolda/Oldambt/Gron.  en Makkum/Frl. De winter duurde lang tot c.a. 9 maanden voor moeders geboorte. En zo is het gegaan, wie een andere theorie heeft mag het zeggen. excuses  voor de typefouten en voor  de cursieve tekstdelen die ik er niet uit kan krijgen. Fijne Sinterklaasavond allen :-))) 
 
Geplaatst in Algemeen | Reacties staat uit voor Sint Nicolaas/ ‘Zie ginds komt de stoomboot’

j@Slijterijmeisje

Twedding  Nog een  week en dan is het twedding, ik speel daar ook een rol in, zij het geen hoofdrol; ik ben niet zo’n hoofdroller, hoewel, >7o jaar geleden rolde ik in mijn ouderlijk huis de trap af en mijn ruim 4 jaar jonger broertje Johan met wie ik veel speelde, wilde dat nadoen. Maar onze moeder had dat lawaai op de houten trap – voorzien van een zware traploper – al gehoord en greep bezorgd in: Johan mocht dat slechte voorbeeld per se niet navolgen en ik kreeg op mijn kop. Ik heb in mijn leven al heel vaak op mijn kop gekregen, ik houd me nu gedeisd, ik wil dat na 70 jaar niet weer meemaken. Ook niet (meer) doende leert men: wijsheid komt met de jaren. (?)

Twitter en blog  Nadat ik op mijn verjaardag een laptop van @JanDor had gekregen werd ik dankzij haar opeens een twitteraar (dec. 2009), de maand daarop had ik een eigen blog. Op mijn activiteiten op dat gebied – a.d.h.v. de door Jannetta minutieus samengestelde handleiding – kreeg ik heel positieve reacties van veel mensen, onbekende mensen, voor mij. Ik was flabbergasted omdat  maar eens in goed nederlands te zeggen. Ik werd uitgenodigd voor twitterbijeenkomsten, in Zeist (Tweist, 2x), in Vianen bij Petrah en in Tilburg bij Gufler. En steeds verwonderde ik mij over de hartelijkheid van de deelnemers die allen minstens een generatie jonger zijn dan ik (in Tweist-1 was er zelfs een twitter-tweeling van 6 jaar waarmee ik vorig jaar werd vereeuwigd).  In de loop van 2009/10 trad er een verandering op. Ik was nog even enthousiast maar physieke remmingen begonnen een rol te spelen. Ik bespeurde vermoeidheid, mijn hobby, met beperkingen kluisterde mij aan mijn laptop in mijn kamer, in mijn huis. Ik een buitenmens die graag langdurig in zijn tuin werk, naar de eenden, zwanen, e.a. vogels kijk. Die ook leeftijdsgenoten heeft met beperkingen die bezocht worden.  Gevolg: afnemende twitter/blogactiviteit, niet vanwege afnemende interesse, maar wel vanwege gebrek aan tijd. Hoe vreemd dat ook mag klinken !

 Op de bonnefooi vakantie  Plots werd een vakantie gepland, nou ja ingelast. We gingen er met de auto op uit, eerste dag naar Geiselwind waar we al >25 jaar bekend zijn, dat is 550 km en voorbij Wuerzburg. We hebben niet besproken, er is plaats. De rest op de bonnefooi: Italie (Gardameer e.o.), Oostenrijk (See/Zauntal), via Alpenhochstrasse met zijn 33 Kehren  via Liechtenstein en Zwitserland naar D’land (Zeppelin-museum Friedrichshafen) en Schwarzwald, via N-Frankrijk, Luxemburg en Belgie weer naar huis. We hebben een hele goede oppas in ons huis, we kunnen 26 dagen wegblijven en leggen in totaal 4005 k.m. af.

Het belangrijkste is echter dat we – heel vermoeid  thuisgekomen, na enkele dagen veel rust en slapen – bemerken dat we er beter op zijn geworden. In Oostenrijk kon ik  in de Alpen weer klimmen en dalen  terwijl ik vele maanden daarvoor betrekkelijk  moeilijk kon lopen, het rijden in de Alpen (met die 33 Kehren over 6 a 8 km) was geen enkel probleem. Het probleem was vaak dat we geen onderdak konden vinden omdat de OAD of een andere onderneming busladingen grijze koppen bij ons ‘beoogd’ hotel  (nou ja ‘beoogd’ hotel, we hadden immers niets gepland) hadden afgeleverd. En daar moesten we dan ook weer om lachen en zelfs een keer ons tevreden stellen met een kamer voorzien van een hele grote tv, maar wel zonder douche, wastafel en toilet want die waren in een ruimte aan het eind van de gang. De 6 kamers op onze etage waren gelukkig deze nacht (weekend) niet bezet, de scheergereien etc. stonden  echter nog op de wastafels. Kamer en badkamer/wc zagen er echter zeer schoon en hygienisch uit in dit Duitse (N-Franse) industriegebied.

Het boek:Meisje van de Slijterij

De vorige week bracht Jannetta (@JanDor) me het boek van @Slijterijmeisje met voorin een heel hartelijke en spontane persoonlijke groet van Petra aan mij. Nadat ik al gauw een tiental pagina’s gelezen en haar per DM bedankt had, heb ik vanmiddag – geheel in strijd met mijn levensgewoonte een hele middag op bed gelegen – om het boek, 184 pagina’s uit te lezen. Dat is uiteraard gelukt. Als je zo boeiend en amusant schrijft als Petra de Boevere dan moet je wel blijven lezen. Dit boek is een topper!

Ik kom van de andere kant van de diagonaal door Nederland: Breskens-Delfzijl, vroeger wist ik de afstand exact (of zocht het op), c.a. 400 k.m., beide plaatsen  liggen in probleemgebieden; alleen heeft Breskens geen spoorverbinding en Delfzijl wel, Breskens heeft een fietspontveer (Delfzijl niet, niet nodig), Breskens heeft een eind oostwaarts  een Westerscheldetunnel waar doorheen je naar het overgrote deel van je eigen vaderland kunt reizen (maar dan wel per overtocht met zo’n 6,5 of 7,5 euro aan tunnelkosten) terwijl vanuit Delfzijl alles gratis is, nou ja gratis: alleen Zeeuw-Vlaanderen niet.

Dit alles hoef ik Petra niet te vertellen, zij weet dit, haar hele boek getuigt van een geestelijke vitaliteit die voor alle Nederlanders een ‘opkikker’ is. Petra, die ik in levende lijve nog nooit heb ontmoet – maar dat komt nog wel eens – is een reuze vrouw die goed verwoort hoe wij allen in deze, nu ‘moderne’, tijd over en weer moeten communiceren.

En er komt meer, zij heeft het al aangegeven: 2.0, later 3.0

Geplaatst in Algemeen | Reacties staat uit voor j@Slijterijmeisje

HET RODE POTLOOD – 3

We hebben gestemd, we zagen de stembusuitslag en we wachtten totnutoe op een eventuele regeringscoalitie. 

Welnu, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal. De CDA-fractie vergadert. Op een’geheime’ plaats die is uitgelekt en waar  nu een pers-beleg plaatsheeft. De  officiele persverklaring  zal volgens kenners nog wel even op zich laten wachten. Maar misschien is er vanavond toch nog wel een ‘klokkenluider’ die ons bij P&W nog nader wil informeren hoe de fractie besprekingen zijn verlopen.  Want wij – kiezers* -zijn toch zo vreselijk benieuwd naar wat met onze stemmen staat te gebeuren. Wij kiezers werden immers begin juni door de politici van alle partijen zo respectvol in hun speeches genoemd.

Als gerespecteerde kiezer dus  ben ik nu  blij dat VVD en PVV zich nu al hebben uitgesproken, dat is in elk geval duidelijk. Of ik het daarmee eens ben is een andere zaak. Maar als gerespecteerde kiezer wil ik ook nog wel een dag, of zelfs nog wel drie dagen wachten totdat ook het CDA ( fractie cq congres) zich heeft uitgesproken. Daarna oordelen we zelf wel: mee eens, niet mee eens!

 Komt het  Rutte-Verhagen kabinet er dan zullen we nog  spannende tijden  tegemoet gaan, dan zullen er zaken veranderen, o.a. op het gebied van veiligheid.

Komt het Rutte-Verhagen kabinet er niet doordat het CDA dit niet gedoogt, dan komen er andere partij-combinaties.

Maar dat zal n.m.m. wel het einde van het CDA betekenen. Rutte heeft niet voor niets een 50/50 minsterpostenverdeling  genoemd in een kabinet  (met 2 namen!) Rutte-Verhagen.   

 *kiezers=vrl. en mnl.

Geplaatst in Algemeen | Reacties staat uit voor HET RODE POTLOOD – 3

SPINNEN

Hier volgt een verhaaltje dat ik op Zaterdag 10 augustus 1991 -om 6u ’s ochtends – in keurig handschrift op gelinieerd blocnote-papier neerschreef. Ja zo ging dat in die ‘goede oude tijd’. Een verhaaltje  over gebeurtenissen – die overal ter wereld voorkomen – maar die ik in mijn wereld direct beleef en aan mijn nazaten wil doorgeven.

Ik heb altijd iets met spinnen gehad, als kind leerde mijn vader me al dat spinnen dieren (insecten) opeten die in hun web vliegen of terechtkomen, het zijn dus eigenlijk roofdieren; althans zo heb ik dat als kind altijd gevonden. En dat vind ik nog steeds.

Mijn vader die me al heel vroeg de gedragingen van de spinnen uitlegde, hun het voedsel aanreikte in de vormvan muggen, vliegen, spinnen (w.o. ‘hooiwagens’) etc. zag toe hoe ik dat ook snel leerde. Bovendien leerde ik toen reeds het nut van spinnen: zij vangen in hun webben de muggen die mij en mijn familie veel jeuk bezorgden. Zij – het zijn de vrouwelijke spinnen – die ons in het najaar van zoveel nut zijn.

We gaan na deze inleiding over naar mijn bloc (geen ‘blog’)-note verhaal van Zaterdag 10 augustus 1991. Het luidt:                                                                                                                                                        SPINNEN

Wij hebben altijd veel spinnen om en ook wel eens in ons huis. Mijn vrouw en ik hebben daar zo af en toe een kleine discussie over  als  hun aantal sterk toeneemt. Omdat het nuttige muggen- en vliegenvangers zijn zie ik ze graag om me heen. Dat heb ik mijn hele leven al gehad.

Zo hebben we bij onze voordeur al enige tijd een ‘knoepert’ van een spin die de entree bewaakt (domineert). Hij* zit daar als een vorst midden in zijn web of houdt zich schuil in een kier bij de voordeur. Op dagen dat er veel muggen zijn – en dat hebben we de laatste paar weken nogal eens meegemaakt – lijkt het wel vlaggetjesdag in Scheveningen. En die spin maar lopen van het ene naar het andere slachtoffer. Zijn web ziet er door al dit gewriemel van hem en zijn slachtoffers al gauw voddig uit en zo zien we korte tijd later dat een nieuw web wordt gesponnen. De oude draden worden echter eerst opgegeten, zo las ik in een encyclopedie.

Drie dagen geleden zag ik tot mijn verbazing een klein web – van heel dunne draden gesponnen – tussen de 2 hoofdraden van het grote web en de muur van ons huis. In dat fijne webje zat een spinnetje ter grootte van een luciferskop; hij was op dat moment druk doende met een mug of althans wat daar nog van over was. De combinatie van twee in elkaar overlopende webben heb ik nog nooit eerder gezien en ik was benieuwd hoe dit zou aflopen. Voor het kleine spinnetje natuurlijk.

Ik vermoedde dat er een ouder/kind relatie tussen beiden bestond. Toen ook de volgende dag beide spinnen zich lieten zien heb ik in de Openbare Bibliotheek getracht iets meer over die dieren te weten te komen. Het was me nl opgevallen dat de ene spin zich rustig hield als de andere actief was, dat gold over en weer. Het kleine spinnetje liep zelfs rustig over de buitenste draden van het grote web. Toen hij echter de daaropvolgende ochtend zich niet meer liet zien, begon ik me zorgen te maken dat ‘grote broer’ – met poot en al zeker 25 mm lang – hem had opgegeten.. Maar nee, hij was er kort daarop weer en beiden hadden ook weer een eigen nieuw web, en evenals daarvoor, opnieuw aan elkaar. Het kleine web vastgemaakt aan het grote web.

Mijn belangstelling was volop gewekt, ik informeerde telefonisch links en rechts om meer informatie en werd uiteindelijk verwezen naar een spindeskundige aan de Universiteit van  Amsterdam. Deze vertelde me dat de kleine spin geen jong kon zijn omdat er daar dan veel meer kleine spinnetjes bij elkaar moesten zijn. (Dat sprak me aan: als kind en later ook heb ik veel kleine spinnetjes bij elkaar gezien) . De spindeskundige vervolgde: De combinatie van twee webben aaneen zoals die zich hier voordeed was volgens hem hoogst toevallig. Het kleine spinnetje liep op de buitenste draden geen gevaar, zou hij echter op de kleverige vangdraden terecht komen dan zou het met hem zijn gedaan.

Ik heb toen maar gauw beide webben opgeruimd waardoor ook mijn vrouw weer een schone en goed toegankelijke entree verkreeg.

Zat. 25 sept. 2010. Sinds deze week zit er weer een groot spinneweb op nagenoeg dezelfde plek  bij onze entree. Het is een warme plek op het zuiden met veel  vliegverkeer, de spin vernieuwt  nagenoeg dagelijks het web omdat er veel te eten valt na meer of minder heftige schermutselingen met onwillige slachtoffers. Drie dagen geleden heb ik ingegrepen: gesteund door mijn driekwart-eeuw praktische spin-ervaring (zonder enige wetenschappelijke basis, m.u.v. de zoeven aangehaalde ‘spindeskundige van de UvA) heb ik  zeer behoedzaam een hoofddraad van de muur losgemaakt en zo’n 15 `a 20 cm hoger weer aan die muur bevestid. Mijn spin was zojuist weer aan het ‘spinnen’ geslagen en paste haar netwerk perfect aan op haar (en ook een beetje aan ‘mijn’)  verplaatste hoofddraad.  

Zo voorkwam ik een confrontatie tussen mama@JanDor en de spin die met haar nu  hoger gelegen web ons  de ruimte biedt  om ons huis te betreden terwijl zijzelf rustig kan wachten op een lekkere hap of een evt.  maaltijd kan afmaken.

*Tenslotte wil ik nog opmerken dat mij verteld is dat mijn spinnen allemaal van het vrouwelijk geslacht zijn, daar heb ik op 10 aug. 1991 onvoldoende bij stilgestaan. Ik pas de tekst ook niet aan, deze bemerking moet voldoende zijn. Mijns inziens is van emancipatie in het spinnenrijk absoluut  geen sprake, dat ligt ibj zwanen wel anders . (Zie mijn blog: ‘Mannenwerk’).

Geplaatst in Algemeen | Reacties staat uit voor SPINNEN