Hier volgt een verhaaltje dat ik op Zaterdag 10 augustus 1991 -om 6u ’s ochtends - in keurig handschrift op gelinieerd blocnote-papier neerschreef. Ja zo ging dat in die ‘goede oude tijd’. Een verhaaltje over gebeurtenissen – die overal ter wereld voorkomen - maar die ik in mijn wereld direct beleef en aan mijn nazaten wil doorgeven.
Ik heb altijd iets met spinnen gehad, als kind leerde mijn vader me al dat spinnen dieren (insecten) opeten die in hun web vliegen of terechtkomen, het zijn dus eigenlijk roofdieren; althans zo heb ik dat als kind altijd gevonden. En dat vind ik nog steeds.
Mijn vader die me al heel vroeg de gedragingen van de spinnen uitlegde, hun het voedsel aanreikte in de vormvan muggen, vliegen, spinnen (w.o. ‘hooiwagens’) etc. zag toe hoe ik dat ook snel leerde. Bovendien leerde ik toen reeds het nut van spinnen: zij vangen in hun webben de muggen die mij en mijn familie veel jeuk bezorgden. Zij – het zijn de vrouwelijke spinnen – die ons in het najaar van zoveel nut zijn.
We gaan na deze inleiding over naar mijn bloc (geen ‘blog’)-note verhaal van Zaterdag 10 augustus 1991. Het luidt: SPINNEN
Wij hebben altijd veel spinnen om en ook wel eens in ons huis. Mijn vrouw en ik hebben daar zo af en toe een kleine discussie over als hun aantal sterk toeneemt. Omdat het nuttige muggen- en vliegenvangers zijn zie ik ze graag om me heen. Dat heb ik mijn hele leven al gehad.
Zo hebben we bij onze voordeur al enige tijd een ‘knoepert’ van een spin die de entree bewaakt (domineert). Hij* zit daar als een vorst midden in zijn web of houdt zich schuil in een kier bij de voordeur. Op dagen dat er veel muggen zijn – en dat hebben we de laatste paar weken nogal eens meegemaakt – lijkt het wel vlaggetjesdag in Scheveningen. En die spin maar lopen van het ene naar het andere slachtoffer. Zijn web ziet er door al dit gewriemel van hem en zijn slachtoffers al gauw voddig uit en zo zien we korte tijd later dat een nieuw web wordt gesponnen. De oude draden worden echter eerst opgegeten, zo las ik in een encyclopedie.
Drie dagen geleden zag ik tot mijn verbazing een klein web - van heel dunne draden gesponnen - tussen de 2 hoofdraden van het grote web en de muur van ons huis. In dat fijne webje zat een spinnetje ter grootte van een luciferskop; hij was op dat moment druk doende met een mug of althans wat daar nog van over was. De combinatie van twee in elkaar overlopende webben heb ik nog nooit eerder gezien en ik was benieuwd hoe dit zou aflopen. Voor het kleine spinnetje natuurlijk.
Ik vermoedde dat er een ouder/kind relatie tussen beiden bestond. Toen ook de volgende dag beide spinnen zich lieten zien heb ik in de Openbare Bibliotheek getracht iets meer over die dieren te weten te komen. Het was me nl opgevallen dat de ene spin zich rustig hield als de andere actief was, dat gold over en weer. Het kleine spinnetje liep zelfs rustig over de buitenste draden van het grote web. Toen hij echter de daaropvolgende ochtend zich niet meer liet zien, begon ik me zorgen te maken dat ‘grote broer’ – met poot en al zeker 25 mm lang – hem had opgegeten.. Maar nee, hij was er kort daarop weer en beiden hadden ook weer een eigen nieuw web, en evenals daarvoor, opnieuw aan elkaar. Het kleine web vastgemaakt aan het grote web.
Mijn belangstelling was volop gewekt, ik informeerde telefonisch links en rechts om meer informatie en werd uiteindelijk verwezen naar een spindeskundige aan de Universiteit van Amsterdam. Deze vertelde me dat de kleine spin geen jong kon zijn omdat er daar dan veel meer kleine spinnetjes bij elkaar moesten zijn. (Dat sprak me aan: als kind en later ook heb ik veel kleine spinnetjes bij elkaar gezien) . De spindeskundige vervolgde: De combinatie van twee webben aaneen zoals die zich hier voordeed was volgens hem hoogst toevallig. Het kleine spinnetje liep op de buitenste draden geen gevaar, zou hij echter op de kleverige vangdraden terecht komen dan zou het met hem zijn gedaan.
Ik heb toen maar gauw beide webben opgeruimd waardoor ook mijn vrouw weer een schone en goed toegankelijke entree verkreeg.
Zat. 25 sept. 2010. Sinds deze week zit er weer een groot spinneweb op nagenoeg dezelfde plek bij onze entree. Het is een warme plek op het zuiden met veel vliegverkeer, de spin vernieuwt nagenoeg dagelijks het web omdat er veel te eten valt na meer of minder heftige schermutselingen met onwillige slachtoffers. Drie dagen geleden heb ik ingegrepen: gesteund door mijn driekwart-eeuw praktische spin-ervaring (zonder enige wetenschappelijke basis, m.u.v. de zoeven aangehaalde ’spindeskundige van de UvA) heb ik zeer behoedzaam een hoofddraad van de muur losgemaakt en zo’n 15 `a 20 cm hoger weer aan die muur bevestid. Mijn spin was zojuist weer aan het ’spinnen’ geslagen en paste haar netwerk perfect aan op haar (en ook een beetje aan ‘mijn’) verplaatste hoofddraad.
Zo voorkwam ik een confrontatie tussen mama@JanDor en de spin die met haar nu hoger gelegen web ons de ruimte biedt om ons huis te betreden terwijl zijzelf rustig kan wachten op een lekkere hap of een evt. maaltijd kan afmaken.
*Tenslotte wil ik nog opmerken dat mij verteld is dat mijn spinnen allemaal van het vrouwelijk geslacht zijn, daar heb ik op 10 aug. 1991 onvoldoende bij stilgestaan. Ik pas de tekst ook niet aan, deze bemerking moet voldoende zijn. Mijns inziens is van emancipatie in het spinnenrijk absoluut geen sprake, dat ligt ibj zwanen wel anders . (Zie mijn blog: ‘Mannenwerk’).