ZEESTER

Zonnige dag,
Het was al voorspeld voor Woensdag 28 oktober: lekker, zacht en zonnig weer, en toen ik vanmorgen  wakker werd  zag ik dat deze blijde boodschap wel eens uit zou kunnen komen, metteen dus douchen, aankleden en de laptop aangezet. Ik  had geen  nieuwe e-mails ontvangen en dus zette ik  twitter aan, helaas:  er kwam  slechts  een en nog wel de bovenste helft van de kolom ‘All Friends’ op mijn  scherm met nog geen handvol  tweets. Toen werd  ik dwars en besloot  –  net als in de afgelopen  4 dagen – mijn tuin weer in te gaan, er zijn in deze tijd  van het jaar immers nog veel activiteiten mogelijk.

En dat is maar goed ook voor de oudere generatie, anders is er immers weinig perspectief  voor de bay-boomers en hun navolgers die ruimschoots de 100-jarige leeftijd zullen overschrijden.     

 Dakgoten

    Onze dakgoten en die van de oudere (in mijn geval jongere  buurvrouwen) had ik staande op een redelijk hoge ladder de vorige dag bladvrijgemaakt.  Monique, ook bij ons in de wijk ( qua leeftijd had ze  mijn dochter  kunnen zijn – haar oudste zoon  Arjen (geb. 31-12-’85), die totnutoe  de hoogste dakgoten van ons  ouderen verzorgde is even oud als mijn oudste kleindochter)  vertelde lachend dat ik bovenaan de ladder nog  boomtakken met daaraan nog groen blad had afgeknipt/afgezaagd  omdat ik zo’n hekel heb aan onnodig  extra werk.

 

 

 

 

 

 

Koffie + gebak

We hadden een heel goede kennis thuis die ons bij de koffie tracteerde op gebak t.g.v. haar 50-verjaardag a.s. donderdag

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

anwege het mooie weer – mijn fiets om spullen naar de Zeister-stort te brengen. Doorgernaar De Bilt waar ik ter hoogte van het tunneltje bij het KNMI even ben afgestapt om de ‘weergoden’  in dat gebouwencomplex met de dominante witbol-weerradar te bedanken voor hun fantastisch vakmanschap, maar dat zult U zelf kun met nen bevestigen als dit – mijn – verhaal nog interessant genoeg is om verder te lezen.

Ik denk dat ik niet te boud heb gesproken, ik ga dus verder; wel meen ik er goed aan te doen om mijn totnutoe-lezers die het thans voor genoeg vinden te bedanken voor hun aandacht, en besluit:  misschien tot een volgende keer!

Haha, en nu de doorlezers!

Na mijn boodschappen in De Bilt fiets ik terug (10 euro korting gehad + de benzine uitsparing hoewel mijn vrouw nog had aangedrongen op het gebruik van de aut0).

Ik sta te wachten voor het stoplicht bij de ‘Europatuin’  (100 meter of daaromtrent verwijderd van het KNMI en eerdergenoemd tunneltje), ik sta daar alleen, kijk om me heen zoals  ik mijn hele leven al heb gedaan want in het Groninger platteland kon je eindeloos ver, nog verder dan tegenwoordig vanwege de veelvuldige bos/boomaanplantingen kijken en wat zie ik bijna recht voor me laag aan de heldere en blauwe lucht  vlak naast het brandende rode licht dat mij het doorrijden verbiedt?

Een    z e e s t e r

Een zeester die ik – nu met beide benen op de grond, want ik ben afgestapt – eens aandachtig  wil  bekijken; als kind heb ik wel eens een zeester gezien en zelfs in de hand gehouden, maar een zeester in de blauwe zee van het zwerk nog nooit. Zo sta ik een tijdlang te kijken maar er verandert niets, de zeester beweegt  niet. ‘Het natuurverschijnsel’  blijft me boeien, 5 armen net als bij het zo bekende zeediertje. Als je het op een wijzerplaat zou aanduiden dan wijzen de armen naar: 1 arm (de dikste en ook de kortste) naar de 12, de 2 langste armen tussen 9 en 10, resp. tussen 2 en 3 en de beide anderen  naar 5 resp 7 uur.

Ik stel mezelf nu een aantal vragen:

1.  Waaruit bestaat dit beestje dat ondanks zijn afmetingen toch heel sympathiek overkomt?

2.  Hoe ver is het van mij verwijderd?

3.  Hoe is dit alles tot stand gekomen?

Antwoorden:

ad 1.  Ik  zie nu duideijk dat het alleen vrij korte vliegtuigtrails zijn die door 1 punt gaan (aan de iets verdere hemel zie ik ook vederbewolking of hoe dat mag heten),

ad 2.  Hoe ver is het bij mij vandaan, heel ver, maar hoe ver. Nu roep ik Pythagoras die ik al heel lang ken te hulp, zoals vaker heeft hij een wedervraag:  omdat er in zijn tijd nog geen vliegtuigtrails bestonden vraagt hij wat dat voor dingen zijn. Blij dat ik ook hem van dienst kan zijn vertel ik hem van de honderden vliegtuigtrails die ik in de laatste oorlogsjaren over Delfzijl en het omliggende wijde Groningse platteland heb zien trekken, toen op nog lagere hoogten dan tegenwoordig. Hoe hoog nu? vraagt hij, ik zeg: 10 `a  11 km.  Hij: Onder welke hoek zie je die zeester? Ik: 10 graden (schat ik want ik heb geen meetinstrumenten bij me).     

 

Volgende keer meenemen adviseert hij,en ik knik instemmend en dan word het me ineens duidelijk waar hij heen wil.

“Denk eens aan mijn stelling!” zegt hij nog gauw even fijntjes als hij merkt dat ik dicht bij de oplossing kom: 2 hoeken en 1 rechthoekzijde bekend in een rechthoekige driehoek! En weg is Pythagoras…..

Ik denk en reken uit mijn hoofd, hoe lang is de basis van mij gerekend tot de plaats onder de zeester?

—Tegenligger—-

Daar zie ik een vliegtuigtrail achter de zeester opduiken en ik realiseer me dat het trekkende vliegtuig mijn richting op vliegt en ‘vlak langs’ (nou ja, wat is vlak langs?) mijn zeester zal trekken, dat vliegtuig is mijn referentiekader en ik kijk op mijn horloge. Ik wacht en wacht en na korte tijd is het zover: 12.29. Zodra ik ‘groen licht’ krijg steek ik de weg over en rijd over de parallelweg  naar Zeist, ik haast me want ik moet een bomenrij langs passeren en het vliegtuig ‘fietst’ 100x zo snel als ik, bovendien rechtoe-rechtaan terwijl ik nog wel eens een flauw bochtje moet maken. Gelukt: het vliegtuig is nog niet bij mij, ik zie de zeester voor mij en rechts de zon (bijna in het zuiden)

Iets minder dan 6 minuten heeft het vliegtuig er over gedaan, bij een grondsnelheid tussen de  900 tot 960 km/u. heeft  het vliegtuig dus 90 tot 96 km afgelegd.

Even later is het 12.40 en ik kijk naar de zeester en naar de zon die nu pal in het zuiden staat want we zijn weer terug in de wintertijd. En zoals mijn vader ons al voor de oorlog vertelde: de Amsterdamse Tijd loopt 40 achter op de Berlijnse Tijd en 20 voor op de Londense  tijdrekening (wij hoorden via de radio destijds als Berlijn 1 januari aankondigde, 40 minuten later gevolgd door ‘Hilversum’/Huizen (?)  en weer 20 later door Londen.

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.