Het rode potlood (nog eens)

We gaan morgen weer stemmen (nog eens), althans voor de mensen die zich daarvoor geroepen voelen. Ik ben een van deze mensen want ik weet niet beter, ik heb altijd gestemd. Vroeger had je ‘opkomstplicht’ en als je je  had aangemeld bij het stembureau dan stemde je dus ook maar. En dan te bedenken dat het stemrecht destijds voor iedereen nog maar kortelings was ingevoerd. Ja, wij zijn een apart en eigenwijs volkje.

Dat eigenwijze volkje van toen had een scala van partijen waaruit ze konden kiezen, gelukkig hadden ze een houvast: de confessionele partijen hadden kerk en politiek, de socialisten hadden argumenten waarmee kiezers werden gewonnen: massale werkloosheid en de Colijn-kabinetten.

In die tijd hadden we ook nog Anton Mussert, hij kreeg met zijn NSB in 1936 heel veel stemmen – ik meen 6-8 %, ik kan het nakijken maar doe het niet – en kwam dus met dat percentage in de Tweede Kamer die uit 100 leden bestond (n.m.m. een in dit land nog steeds verantwoord aantal leden). In die tijd was het niet vreemd dat veel landgenoten op die mijnheer (die met zijn tante getrouwd was, of er later mee zou trouwen) hun stem zouden uitbrengen. Ik noemde hiervoor al de massale werkloosheid, maar in de grensgebieden met Duitsland konden veel Nederlandse arbeiders werk vinden. Daarenboven werden wij in de vooroorlogse periode via de pers en de nog jonge radio geinformeerd over de wreedheden in Rusland , ik herinner me nog een (Christelijk?) geillustreerd blad  waarin een paginagrote tekening van een spinneweb met  in het midden een formidabele  spin – met de kop van Stalin – was afgebeeld; Stalin die destijds vele millioenen Russische tegenstanders heeft afgeslacht.

Het rode potlood werd gehanteerd en de rondjes in de vierkanten op de respectieve lijsten werden ingevuld, iedere kiezer en kiezeres moest dat zelfstandig doen, zo stond het in de wet en zo staat het nog steeds in de kieswet (heb ik begrepen). “Iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen”    leerde vader ons al van jongsaf.

Wat leefden wij toen in een tijd, een heel andere tijd. Toen ik per 1  april 1935 voor ’t eerst naar de Lagere School (nu Basisschool) ging waren we nog een koloniale mogendheid, wij moesten in de hogere klassen  de 11 Nederlandse provincies, maar ook  alle eilanden in Ned.-Oost Indie leren met uiteraard de belangrijke steden/plaatsen, de vulkanen, de rivieren etc.. Hetzelfde gold voor West-Indie: Suriname en de eilanden. Tot voor kort kon ik al het geleerde nog opdreunen zoals het in de dertiger jaren er bij ons werd ingestampt; vanwege mijn enorme interesse reeds in die tijd voor deze tropische (“Nederlandse” ??) gebieden, denk ik met meer dan enige weemoed aan mijn jeugdige equatoriale fantasieen terug. Ik ben blij als ik lees dat het met mijn ‘verwanten’ daar goed gaat; of zij mij als een verwant zien betwijfel ik, en daar hebben ze ook reden voor, ze kennen me immers niet.

Terug naar de stembus, het rode potlood.

Provinciale Staten, stem erop want dat is een belangrijk recht. Is dat recht wel zo belangrijk? De gemeenten fuseren tot grotere gemeenten, dus minder gemeenten per provincie. Moeten we dan – zoals onlangs weer  werd gesuggereerd – ook provincies samenvoegen (fuseren), en zo de Eerste Kamer kiezen?  Nee natuurlijk, de Eerste Kamer staat toch al onder druk. Bovendien, wat heeft Nederand met 25  lidstaten  in de EU nog in te brengen?  De EU die – naast de overname van heel veel nationale bevoegdheden – vroeg of laat -onze 26 ministeries van Buitenlandse Zaken overbodig maakt en zal degraderen  tot consulaten.  

Vandaag, woensdag 2 maart 2011

Ik heb vanmiddag gestemd, stembureau met 3 ernstig toegankelijk kijkende dames waarvan 2 mijn paspoort bestudeerden of ik het wel echt was. Dat klopte, de dames in de leeftijd van jonge oma’s fiatteerden mijn document waarop ik iets voordeliger uitkom dan bijv. op mijn rijbewijs en zeker op mijn Hoge Veluwe  jaarkaart. Een mevrouw die het ‘ontvangstcomite’ vertelde dat ze haar oproepingskaart kwijtgeraakt was maar toch graag wilde stemmen kreeg nul op haar request. Mijn opmerking daarop dat ze over 3 jaar gelukkig weer kan stemmen viel bij het drietal stemdames wel in goede aarde, haar heb ik niet meer gezien omdat ik het rode potlood wilde hanteren, een rot-rode potlood waarmee ik een tijdlang mee aan het stoeien ben geweest. Het lukte tenslotte.   

En nu ga ik stoppen, ik heb de laatste paar uren heel weinig tweets gezien, we wachten immers op de voorlopige uitslagen die binnen een uur en mogelijk nog eerder op het TV-scherm te zien zullen zijn. Ik heb – en daardoor kan ik nu pas mijn blog afsluiten – ruim een uur geleden (n.a.v. een tweet) het ISS  boven mijn hoofd zien voorbijtrekken, heel helder en komende uit het westen. Na anderhalve minuut was ISS faded, maar ja wat wil je, de zon is immers in het (bijna)westen ook ondergegaan.

Nog een gezellige avond allemaal.  

 

,

 

 

r     

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.