Het rode potlood

Over een kleine 2 weken is het zover: we gaan stemmen voor de Tweede Kamer als we daar tenminste  interesse en zin in hebben, dat hebben veel mensen niet want ondanks alle leuzen van het merendeel van de partijen zijn en blijven we sceptisch. De veiligheid is de afgelopen jaren  niet verbeterd, althans zo ervaart de meerderheid van de bevolking dat ondanks allerlei statistieken die – op grond van de beroemde  welles-nietes wet – door de regerende  politici altijd gunstig  en door de oppositie natuurlijk continu als ongunstiger aan hun – in toenemende mate meer en meer zwevende – kiezers, wordt uitgelegd. Partijbinding is in ontbinding op enkele kleinere partijen na en dat vind ik jammer, mijn roots waren  politiek gezien ook hun roots maar zij handhaven thans nog waarden die deels de mijne niet meer zijn.

Wij bevinden ons thans nog in Afghanistan met het voornemen daar goed Onderwijs aan de  Afghaanse jeugd mogelijk te maken, werken aan de Opbouw van het platteland door het creeeren van faciliteiten en met onze soldaten om Rust en Orde te  bewerkstelligen. We willen veiligheid  bieden zodat het ontwikkelingsproces in dit gebied niet onderbroken wordt maar voortgang kan vinden, we leiden  Afghanen op tot politiemensen, die op hun beurt  de lokale bevolking  beveiliging  kunnen bieden. Afgaanse politiemensen die zo nodig de eerste tijd nog  door een gereduceerd aantal Nederlandse  militairen gesteund en beschermd moeten worden, volgens bepaalde  geluiden uit de Nederlands politiek).

Terug naar eigen land. Ik ben begonnen met de ‘veiligiheid’ , althans ‘het gevoel van veiligheid’. Wat voelen we daar eigenlijk bij?

Een stratenmaker die zijn zware werk tezamen met een of meer collega’s (maten) uitvoert zal er niet moeilijk over doen, een zware vent met boomstammen aan zijn lichaam wordt niet lastig gevallen, een potentiele bedreiger haalt het niet in zijn hoofd om zo’n plan uit te voeren, hij loopt  immers een grote kans dat daarbij ‘zijn eigen bek wordt verbouwd’‘ .  Anders ligt het met de  incidentele buschauffeur,  met ambulance-personeel en de kleine zelfstandigen  die je vroeger overal in Amsterdam op iedere hoek van de straat kon aantreffen, evenals trouwens in de meeste steden. En zelfs politieambtenaren worden bedreigd, zij lopen veel risico om zelf afgetuigd te worden.

Waar vroeger gold: Gaat heen of er zal geweld worden gebruikt! , daar zien we nu een bange politie, een politie die zich niet geruggesteund maar bedreigd voelt. 

Door wie wordt de bevolking en de politie bedreigd?

Men stigmatiseert bepaalde bevolkingsgroepen en daar zal wel een kern van waarde in zitten, maar het is n.m.m tekort door de bocht: De Politiek laat het afweten!

Als een overvaller, een dief of soortgelijk iemand door de politie wordt gegrepen loopt hij een half uur later weer op straat. Dat ziet het publiek, het volk, sterker nog het kiezersvolk. Dat kiezersvolk zoekt zondebokken  en vindt er velen. Niet  bij de politie, nee bij degenen die de politie  verhinderen hun werk goed te doen: de politici

De politici zijn degenen die de wetten maken, zij zijn degenen die de strafmaat voor een delict vaststellen waarbinnen de rechterlijke macht moet opereren.

De slimme kiezer,

Aan wie ligt dat nou allemaal wil de mondige kiezer weten. Hij weet het antwoord wel , hij weet het donders goed. Iedereen weet het wel, maar de een kan het beter (?) verwoorden dan de ander, de ene kiezer is de andere kiezer niet, de ene kiezer is ook slimmer dan de andere, de ene kiezer is ook veel sterker dan de andere (denk aan die stratenmaker), de ene kiezer kan een stembiljet invullen, de andere kiezer kan dat niet.

Die laatste kiezer wil hulp in het stemhokje, maar dat mag niet, en terecht!  1 stemmer mag in het stemhokje, zo luidt  de Wet!

Het rode potlood.

We schrijven de vorige eeuw, de eerste helft van de 20 eeuw en daar nog weer de  randen af. Iedere Nederlander heeft na veel strubbeling dan toch eindelijk zijn of haar kiesrecht, hem noem ik het eerst want zij kreeg dit recht pas later. Het verhaaltje dat nu volgt heeft mijn vader me in de 30-er jaren verteld waarbij hij me zelfs heeft leren stemmen, met rood potlood!

De Anti-Revolutonaire Partij .

In mijn jeugd waren er in Delfzijl waar ik opgroeide nogal wat mensen van 50, 60, 70,80, 90 en zelfs 100 jaar (weduwe Tjaden, ook wel ‘vrou Tjoaden’ genoemd wier overleden echtgenoot – als ik het na al die jaren nog bij het rechte eind heb – als rijksloods en later als en loodsschipper voor de haven Delfzijl heeft gevaren v.w.b.  het beloodsen van zeeschepen van de Noordzee naar Delfzijl, viceversa. De loodsboot lag in de Noordzee op post zo’n 60 zeemijlen van Delfzijl tot voorbij het Duitse eiland Borkum.

We hadden destijds een gezonde bevolkingspiramide in het gehele land, het platteland van Groningen was daarmee in overeenstemming, het was plat land en de bevolking praatte plat, het Gronings is nauw verweven met het tegenovergelegen Ostfriesische Plattduets met de mooie oude stad Aurich en de havenstad Emden.

Onze bevolkings piramide was solider dan de Piramide van Austerlitz in welker omgeving ik nu woon,  wij hadden  aan de top immers Vrou Tjoaden  die  over het  Groningerplatteland uitkeek in westelijke richting waar ze  op 30 km afstand  de Martinitoren in de stad Groningen wist, naar het noordwesten kon ze genieten van het glinsterend lint Waddeneilanden met daarachter de op post liggende loodsboot waarop destijds haar man als loodsschipper verantwoordelijk was geweest voor een week lang ‘op post liggen’ op zee bij Schiermonnikoog met een bemanning die qua sterkte slechts wisselde al naar gelang het aantal schepen dat beloodst was naar of vanaf Delfzijl.

De ARP bestond uit een actieve kern die zich inspande om  ook de analfabeet-oudere-arp-er die het actief kiesrecht had verkregen, toch te laten stemmen. Maar de analfabeet AR-kiezer moest wel alleen het stemhokje in om zijn of haar stem uit te brengen, zo luidde de Kieswet.  Men kon bovendien  bij volmacht stemmen  waarvan  ook  gebruik werd gemaakt, dit gold uiteraard voor alle partijen.

Er werden oefenstembiljetten  ontworpen waarop de naam, het volgnummer en de bijbehorende kandidatenlijst van elke partij stond vermeld, geheel in overeenstemming met de originele stembiljetten. Waar de oefenstembiljetten vandaan kwamen,of  ze door de ARP -leiding zelf zijn geproduceerd, precies weet ik het niet meer. Ik ben met mijn vader mee geweest en heb gezien hoe er geoefend werd in het roodmaken van het juiste vakje, niet slechts aankruisen omdat het stembiljet dan ongeldig werd. Daarvoor ging men juist op ‘huisbezoek’, het hele rondje moest roodgemaakt worden. Andere partijen zullen zoiets ook wel hebben gedaan.

 En zo ging  een ‘task-force’ de ouderen, al dan niet analfabeet  langs en het werkte perfect, en hoewel je in het kleine Delfzijl (8.000 inw.) elkaar wel toch wel kende, werd de onderlinge  band er sterker door (uitzonderingen daargelaten). Het was best leuk werk, temeer omdat wij kinderen thuis ook al hadden geoefend.

Tot slot.

Ik denk dat we in onze tijd nog best wat kunnen leren van deze directe ongecompliceerde hulp bij verkiezingen uit die  ‘goeie ouwe tijd’, een tijd die voor velen, waaronder ook  Anti-Revolutionairen, niet zo’n goeie tijd was: de Dertiger Jaren. 

Ik wens iedereen veel stemplezier op woensdag 9 juni a.s.

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.