Het rode potlood – 2

Parlementsverkiezingen juni 2010.

Wij kiezers hebben het nu voor het zeggen, de lijsttrekkers en hun achterban zijn onrustig omdat wij kiezers voor hen  niet zo betrouwbaar meer zijn. Wij zijn degenen waarmee de partijen rekening moeten houden, en willen houden want we horen dagelijks: wij zijn er voor de kiezer, de kiezer bepaalt. En dat is natuurlijk flauwekul.

Over een paar dagen is die verkiezing  achter de rug, is de kiezer weer vergeten voor de volgende 4 jaar (als het kabinet de rit tenminste kan uitzitten) en verandert er niets.

Deze uitspraak is te absurd om waar te zijn. Natuurlijk zal er geregeerd worden, worden belasting- en vele maatregelen genomen, maar een grote bron van onrust blijft bestaan: de veiligheid. Dat is de bron waar de PVV (Wilders) zijn energie uitput. En dat is heel jammer, van die partij is n.m.m. wel vuurwerk, maar geen regeerkracht te verwachten. 

In mijn blog Het rode potlood  probeerde ik alle kiezers – op eigen kracht – te mobiliseren zelfstandig hun stem uit te brengen in het kieshokje, vooraf oefenen op pseudo-stembiljetten. Natuurlijk werd naar zo’n simpel advies niet geluisterd want de stembiljetten werden wel huis aan huis per post bezorgd, voorzien van de lijstnummers, de kiezerslijst, de lijsttrekkers met hun volgelingen allen met hun respectieve volgnummer. Maar de vakjes  met de rondjes erin ontbraken  bij alle lijsten (ergens in een hoekje stonden er nog een paar afgedrukt), en juist om die vakjes met de rondjes gaat het in het stemhokje.

Beter gezegd: om dat ene rondje in dat ene vakje dat je rood moet kleuren

Verwacht mag  worden dat we weer dezelfde chaotische polderoplossingen als kortgeleden bij en in  de stemhokjes te zien zullen krijgen (ik hoop dat ik me vergis, maar ben ervan overtuigd).

  Het erge ook bij deze verkiezingen is dat het gebrek aan veiligheid – waaraan de PVV zijn opbloei te danken heeft – blijft bestaan. In mijn eerste  rode  potlood   stelde ik dat uitsluitend de politici primair hiervoor verantwoordelijk zijn, zij en zij alleen zijn verantwoording verschuldigd aan de nu nog gehuldigde- en over een paar dagen vergeten kiezer. De gisteren bij Knevel en van de Brink naar voren gehaalde buschauffeur die het voor 3 bedreigde meisjes in zijn bus opnam en meerdere malen door de gefrustreerde bedreiger met een 21 cm lang lemmet werd gestoken, verdient alle hulde; de rechter eist  voor de poging tot doodslag 2 1/2 jaar (!)   geheel conform de wetten zoals die door onze politici in de 2e en 1e kamer zijn vastgesteld.

En dat snapt de kiezer niet, hij/zij  wil dat ook niet en daarom wendt hij/zij zich af van de gevestigde partijen, tegen zijn/haar wil overigens. De politiek heeft hier geen afdoend- en overtuigend antwoord op, iedereen wordt zonodig beveiligd, de kiezer heeft het nakijken: niks veiligheid verzekerd. Je mag blij zijn als je niet in zo’n situatie terechtkomt. 

  

 

 

 

 

 

 

 

 ;

Het rode potlood

Over een kleine 2 weken is het zover: we gaan stemmen voor de Tweede Kamer als we daar tenminste  interesse en zin in hebben, dat hebben veel mensen niet want ondanks alle leuzen van het merendeel van de partijen zijn en blijven we sceptisch. De veiligheid is de afgelopen jaren  niet verbeterd, althans zo ervaart de meerderheid van de bevolking dat ondanks allerlei statistieken die – op grond van de beroemde  welles-nietes wet – door de regerende  politici altijd gunstig  en door de oppositie natuurlijk continu als ongunstiger aan hun – in toenemende mate meer en meer zwevende – kiezers, wordt uitgelegd. Partijbinding is in ontbinding op enkele kleinere partijen na en dat vind ik jammer, mijn roots waren  politiek gezien ook hun roots maar zij handhaven thans nog waarden die deels de mijne niet meer zijn.

Wij bevinden ons thans nog in Afghanistan met het voornemen daar goed Onderwijs aan de  Afghaanse jeugd mogelijk te maken, werken aan de Opbouw van het platteland door het creeeren van faciliteiten en met onze soldaten om Rust en Orde te  bewerkstelligen. We willen veiligheid  bieden zodat het ontwikkelingsproces in dit gebied niet onderbroken wordt maar voortgang kan vinden, we leiden  Afghanen op tot politiemensen, die op hun beurt  de lokale bevolking  beveiliging  kunnen bieden. Afgaanse politiemensen die zo nodig de eerste tijd nog  door een gereduceerd aantal Nederlandse  militairen gesteund en beschermd moeten worden, volgens bepaalde  geluiden uit de Nederlands politiek).

Terug naar eigen land. Ik ben begonnen met de ‘veiligiheid’ , althans ‘het gevoel van veiligheid’. Wat voelen we daar eigenlijk bij?

Een stratenmaker die zijn zware werk tezamen met een of meer collega’s (maten) uitvoert zal er niet moeilijk over doen, een zware vent met boomstammen aan zijn lichaam wordt niet lastig gevallen, een potentiele bedreiger haalt het niet in zijn hoofd om zo’n plan uit te voeren, hij loopt  immers een grote kans dat daarbij ‘zijn eigen bek wordt verbouwd’‘ .  Anders ligt het met de  incidentele buschauffeur,  met ambulance-personeel en de kleine zelfstandigen  die je vroeger overal in Amsterdam op iedere hoek van de straat kon aantreffen, evenals trouwens in de meeste steden. En zelfs politieambtenaren worden bedreigd, zij lopen veel risico om zelf afgetuigd te worden.

Waar vroeger gold: Gaat heen of er zal geweld worden gebruikt! , daar zien we nu een bange politie, een politie die zich niet geruggesteund maar bedreigd voelt. 

Door wie wordt de bevolking en de politie bedreigd?

Men stigmatiseert bepaalde bevolkingsgroepen en daar zal wel een kern van waarde in zitten, maar het is n.m.m tekort door de bocht: De Politiek laat het afweten!

Als een overvaller, een dief of soortgelijk iemand door de politie wordt gegrepen loopt hij een half uur later weer op straat. Dat ziet het publiek, het volk, sterker nog het kiezersvolk. Dat kiezersvolk zoekt zondebokken  en vindt er velen. Niet  bij de politie, nee bij degenen die de politie  verhinderen hun werk goed te doen: de politici

De politici zijn degenen die de wetten maken, zij zijn degenen die de strafmaat voor een delict vaststellen waarbinnen de rechterlijke macht moet opereren.

De slimme kiezer,

Aan wie ligt dat nou allemaal wil de mondige kiezer weten. Hij weet het antwoord wel , hij weet het donders goed. Iedereen weet het wel, maar de een kan het beter (?) verwoorden dan de ander, de ene kiezer is de andere kiezer niet, de ene kiezer is ook slimmer dan de andere, de ene kiezer is ook veel sterker dan de andere (denk aan die stratenmaker), de ene kiezer kan een stembiljet invullen, de andere kiezer kan dat niet.

Die laatste kiezer wil hulp in het stemhokje, maar dat mag niet, en terecht!  1 stemmer mag in het stemhokje, zo luidt  de Wet!

Het rode potlood.

We schrijven de vorige eeuw, de eerste helft van de 20 eeuw en daar nog weer de  randen af. Iedere Nederlander heeft na veel strubbeling dan toch eindelijk zijn of haar kiesrecht, hem noem ik het eerst want zij kreeg dit recht pas later. Het verhaaltje dat nu volgt heeft mijn vader me in de 30-er jaren verteld waarbij hij me zelfs heeft leren stemmen, met rood potlood!

De Anti-Revolutonaire Partij .

In mijn jeugd waren er in Delfzijl waar ik opgroeide nogal wat mensen van 50, 60, 70,80, 90 en zelfs 100 jaar (weduwe Tjaden, ook wel ‘vrou Tjoaden’ genoemd wier overleden echtgenoot – als ik het na al die jaren nog bij het rechte eind heb – als rijksloods en later als en loodsschipper voor de haven Delfzijl heeft gevaren v.w.b.  het beloodsen van zeeschepen van de Noordzee naar Delfzijl, viceversa. De loodsboot lag in de Noordzee op post zo’n 60 zeemijlen van Delfzijl tot voorbij het Duitse eiland Borkum.

We hadden destijds een gezonde bevolkingspiramide in het gehele land, het platteland van Groningen was daarmee in overeenstemming, het was plat land en de bevolking praatte plat, het Gronings is nauw verweven met het tegenovergelegen Ostfriesische Plattduets met de mooie oude stad Aurich en de havenstad Emden.

Onze bevolkings piramide was solider dan de Piramide van Austerlitz in welker omgeving ik nu woon,  wij hadden  aan de top immers Vrou Tjoaden  die  over het  Groningerplatteland uitkeek in westelijke richting waar ze  op 30 km afstand  de Martinitoren in de stad Groningen wist, naar het noordwesten kon ze genieten van het glinsterend lint Waddeneilanden met daarachter de op post liggende loodsboot waarop destijds haar man als loodsschipper verantwoordelijk was geweest voor een week lang ‘op post liggen’ op zee bij Schiermonnikoog met een bemanning die qua sterkte slechts wisselde al naar gelang het aantal schepen dat beloodst was naar of vanaf Delfzijl.

De ARP bestond uit een actieve kern die zich inspande om  ook de analfabeet-oudere-arp-er die het actief kiesrecht had verkregen, toch te laten stemmen. Maar de analfabeet AR-kiezer moest wel alleen het stemhokje in om zijn of haar stem uit te brengen, zo luidde de Kieswet.  Men kon bovendien  bij volmacht stemmen  waarvan  ook  gebruik werd gemaakt, dit gold uiteraard voor alle partijen.

Er werden oefenstembiljetten  ontworpen waarop de naam, het volgnummer en de bijbehorende kandidatenlijst van elke partij stond vermeld, geheel in overeenstemming met de originele stembiljetten. Waar de oefenstembiljetten vandaan kwamen,of  ze door de ARP -leiding zelf zijn geproduceerd, precies weet ik het niet meer. Ik ben met mijn vader mee geweest en heb gezien hoe er geoefend werd in het roodmaken van het juiste vakje, niet slechts aankruisen omdat het stembiljet dan ongeldig werd. Daarvoor ging men juist op ‘huisbezoek’, het hele rondje moest roodgemaakt worden. Andere partijen zullen zoiets ook wel hebben gedaan.

 En zo ging  een ‘task-force’ de ouderen, al dan niet analfabeet  langs en het werkte perfect, en hoewel je in het kleine Delfzijl (8.000 inw.) elkaar wel toch wel kende, werd de onderlinge  band er sterker door (uitzonderingen daargelaten). Het was best leuk werk, temeer omdat wij kinderen thuis ook al hadden geoefend.

Tot slot.

Ik denk dat we in onze tijd nog best wat kunnen leren van deze directe ongecompliceerde hulp bij verkiezingen uit die  ‘goeie ouwe tijd’, een tijd die voor velen, waaronder ook  Anti-Revolutionairen, niet zo’n goeie tijd was: de Dertiger Jaren. 

Ik wens iedereen veel stemplezier op woensdag 9 juni a.s.

IJSLAND

Deze week beleefden we de vulkaanuitbarsting op IJsland, het IJsland dat ik vanaf mijn Lagere Schooltijd in Delfzijl, als een eiland, evenals Groenland en Spitsbergen al heb moeten leren waar eeuwen geleden onze onverschrokkene walvisjagers hunlevensgevaarlijke beroep uitoefenden.
Dat alles werd ons aan de hand van schoolbordgrootte*-platen door de meester zeer realistisch ingeprent, je zou je vanwege zijn enthousiasme meteen voor deze pooljacht opgeven, ondanks de aanwezigheid van de poolbeer, ‘ijsbeer’ zei de meester.
Maar ja, je moet ook nog kou kunnen trotseren en daaraan heb ik sinds de oorlogswinters ‘39,’40,’41,’42,’63 etc geen behoefte meer,1929 was ook al zo ‘crisis’-koud, maar toen ging het nog langs me heen.
En hiermee kom ik bij de huidige situatie (ik houd het bewust vaag): IJsland, wat is de schade voor het (ei)land zelf,veroorzaakt door deze vulkaanuitbarsting met mogelijke meerdere erupties in de toekomst? En wat kunnen NL en de UK nog verwachten van IJsland(Icesave)?
Ik houd niet van doemdenken en dus:
‘Alles sal reg kom’.
@Gufler (wiens tweets ik ken sinds zo’n 15 maanden en die ik al eens geclomplimenteerd heb vanwege zijn twitter-originaliteit, componeerde vandaag weer een tweetal tweets die ik hier wil aanhalen:
(let wel i.v.m. IJsland !)
16:58 alleen de vogels vliegen,
16:59 de lege lucht is vol blauw.

Mijn voorstel: een twitter-commissie die dit soort twitter-uitspraken opmerkt, combineert en t.z.t. in een ‘twitterscheurkalender’ uitgeeft.
(Ikzelf krijg sinds 3 jaren soortgelijke kalenders)

*ik heb getwijfeld over deze zinsbouw, ik had het anders kunnen omschrijven, maar ik koos voor ’schoolbordgrootte-platen’ i.p.v. ’schoolbordgrote-platen’.

Conclusie: ik moet mijn schoolgeld ophalen!
P.S. Zou ik het nog terug kunnen krijgen, of is het inmiddels verjaard? Mogelijk met Maxime V
erhagen nog even langs IJsland?

Verloving Juliana en Bernard

Delfzijl 1936,
Het gonst van de geruchten, thuis,op school en op straat, je hoort ze steeds nadrukkelijker en dan worden ze bewaarheid: ‘Verloving van Prinses Juliana met Prins Bernhard zu Lippe-Biesterfeld’.

TV en Twitter bestaan niet en dus komt de bekendmaking via een plakkaat bij het Gemeentehuis alsmede extra radio- uitzendingen en exta krantenedities. Minister-President Colijn heeft zeker ook namens het ‘geheele Nederlandsche Volk’ voor de radio zijn ‘gelukwenschen’ uitgesproken. Want zo ging dat in die tijd toen een groot aantal mensen niets van het Koningshuis en nog minder van Colijn moest hebben, geheel anders dan bij ons thuis.
Als 8-jarigen verbaasden we ons over het aantal voornamen dat deze prins droeg, minstens een octaaf, terwijl mijn jongste broer Johan er 3, broer Jaap en ik slechts 2 voornamen hadden, maar ja, prins Bernhard kwam ook uit een groot land.

3441796294 d1d3b0fd5e o Verloving Juliana en Bernard

Verloving Juliana en Bernhard

Het woord octaaf heb ik geleerd van mijn moeder die 4 jaar orgel- en daarna ruim 6 jaren pianoles heeft genoten, let wel: ‘genoten’. Daarbij had ze een hele mooie zangstem en zong ‘t liefst de hele dag. Het is dus niet zo verwonderlijk dat ook haar 4 kinderen pianoles kregen, elk ruim 4 jaar; onze muziekleraar de heer Ten Hoor, reisde per trein vanuit zijn woonplaats Groningen naar de plaatsen waar zijn leerlingen, verspreid over de gelijknamige provincie, woonden.
En zo is het gekomen dat in die dagen op de piano thuis een lied kwam te staan waarvan ik de titel weliswaar ben vergeten ben maar waarvan de tekst nog haarscherp in mijn geheugen staat.  Mijn moeder kon alles spelen  op haar piano die ze op 18-jarige leeftijd van haar ouders had gekregen: Mozart, Ha”ndel, Beethoven, Strauss(en), etc. Maar ook veel liederen in andere talen, vooral Duitse; zij speelde en zong en toen wij kinderen in haar leven kwamen en opgroeiden kreeg ze 3 van de 4 altijd mee in haar muziekleven en de andere (ik) ten dele. Wat hebben wij voor WOII veel gezongen uit  ‘Erk’s Liederschatz’ uit 1898 (?). Als domineesdochter speelde ze natuurlijk ook geestelijke liederen (o.a. Johannes de Heer), en later als moeder van Zondagsschoolkinderen al onze Kerstliederen.  Jaap , zus Ludy, maar vooral Johan hadden haar muzikaliteit We hebben het min of meer allemaal meegezongen, ook met onze vriendjes en vriendinnetjes uit de buurt.

Later speelden en zongen wij ook liederen uit socialistische hoek, met mate want moeder hield daar niet zo van. 

Ja,ja, wat werd er bij ons thuis veel bij de piano gezongen.

En toen kwam de verloving van het Prinselijk Paar met een toepasselijk lied (!?)

Lippe Detmold eine wunderschone Stadt
Darinnen ein Soldat
Der musz marschieren in den Krieg (2x)
Wo die Kanonen steeeeeeehn
Wo die Kanonen stehn.

Und als er in die grosze Stadt ‘rein kam
Wohl vor des Hauptmanns Haus
Der Hauptmann schaut zum Fenster aus (2x):
Mein Sohn bist Du schon da aaaa ?
Mein Sohn bist Du schon da !

Nah dann geh mal gleich zu Deinem Feldwebel hin
Un zieh’ den Graurock an
Denn Du musst marchieren in den Krieg (2x)
Wo die Kanonen ste…ee… hn
Wo die Kanonen stehn.

Dit lied moet op de radio zijn  uitgezonden, het is een prettige melodie. Wij kregen het ook thuisspeelden en zongen het.  Het formaat deed niet onder voor de muziek- leerboeken van Mozart, Ha”ndel etc. 

Afijn, plotseling was het afgelopen, niet (meer) op de radio. Werd  het van hogerhand bevolen omdat het militaristisch was, deed het afbreuk aan het imago van prins Bernhard, aan het verloofde paar?  Ik heb het nooit geweten, later  interesseerde  het me ook niet zo heel erg meer. Maar misschien – nu ik twitter en blog – hoor ik dat nog wel eens.

ZONDER STOK OUD, TOCH STOKOUD

Vrijdag, 5 februari 2010,
We waren met 4 kinderen in ons gezin, de oudste was Jaap, geboren op dinsdag 5 februari 1924, mijn zusje Ludy was ruim 1 1/2 jonger, dan kwam ik en na mij Johan, de jongste van het stel, 8 1/2 jaar jonger dan Jaap. We hadden een fijn gezin waar ik wel eens buitenbentje was.

We woonden aan de Singel, recht tegenover de R.K-kerk met pastorie die gelegen was in een mooie tuin, in mijn ogen een soort ‘Hof van Eden’ waar ook appelbomen stonden en waarvan wij niet mochten plukken. Dat deden mijn zusje en broers ook niet, maar ik – met een paar buurjongens – deed dat wel; we namen echter niet meer mee dan het hoognodige, met begrip voor en dus met inbegrip voor de verlangens van de achterblijvers. Zij verklikten ons niet zodat de opbrengst van de ‘raid’ eerlijk werd gedeeld.

Voor het geval we met tegenslagen te maken zouden krijgen en letterlijk ‘met lege handen’ zouden terugkeren, dan was er nog geen man over boord, onze moeder had altijd fruit in huis.

Bovendien had mijn opa Meertinus Meijering, naar wie ik was vernoemd, in zijn gereformeerde pastorietuin ook appel- en andere fruitbomen en -struiken.

Maar ondeugd zit er kennelijk diep in, hoewel de appels van opa en oma hartstikke lekker – en vaak ook wormstekig waren, hadden de appels van ‘meneer-’ en ‘mevrouw pastoor’ een speciaal smaakje, iets zondigs.

En daar waarschuwde onze opa altijd zo tegen.

Mijn zusje Ludy en mijn broer Johan zijn helaas niet meer op deze aarde, mijn broer Jaap nog wel, ik heb hem (en zijn vrouw Eef) vandaag telefonisch – bezoeken kon niet – gefeliciteerd met zijn 86e verjaardag.

P.S. Dit is maar een klein stukje blog van een groter geheel dat is vastgelopen, mogelijk volgt dat nog als het ’schip’ weer vlot getrrokke
n is.

ZONDAGSKIND

Op Zondag 6 december 1891 maakte mijn grootvader, Meertinus Meijering, Predikant van de Gereformeerde Kerk te Makkum (Fr) de volgende aantekening: “Wegens huiselijke omstandigheden niet gepreekt”. Op die dag werd n.l. zijn eerste kind, een dochtertje geboren dat – naar beide grootmoeders vernoemd – de namen kreeg: Fokkina Maria. Dat humpie schijnt een erg lief en zorgzaam kind te zijn geweest.
Na haar MULO-examen in Veendam ging ze de verpleging in, o.a. bij het Wilhelmina Gasthuis te Amsterdam. De Directrice van dat ziekenhuis probeerde haar afscheid daar te voorkomen door te zeggen: “Aan jou gaat een hele goede verpleegster verloren”, maar wegens een ernstig zieke broer die langdurig verpleegd moest worden ging Fokkina Maria huiswaarts.
Tot de Spaanse Griep in 1918 de wereld in zijn greep kreeg en Fokkina overal in het land werd gevraagd hulp te bieden. Dat deed ze en jaren later sprak ik nog vele ouderen die met grote liefde en waardering over deze Florence Nightingale spraken.
Niet lang na deze pandemie werd opnieuw een beroep op haar gedaan: een zekere Reijer Baas vroeg haar ten huwelijk en zij zei: “Ja”.
Op 30 augustus 1921 werd de officiele verloving gevierd, op 31 augustus 1922 trouwden ze in Delfzijl, het huwelijk werd kerkelijk ingezegend door haar vader die inmiddels predikant in Delfzijl was. In de volgende 10 jaar zou hij de 4 kinderen (3 jongens en een meisje) die Fokkina en Reijer kregen in zijn Gereformeerde kerk dopen. Nummer 3 werd naar hem vernoemd, naar zijn Opa dus, en daaraan werd de naam van de vader toegevoegd: Meertinus Reijer Baas luidde dus het geheel. En dat ben ik dus.
Mijn oudere broer Jaap (85) en ik zijn er nog, mijn zus Ludy overleed in 2006 kort voor haar 81e verjaardag, mijn broer Johan (Geref. predikant in Helpman/Gr) overleed in 1996 op 63-jarige leeftijd.
Reijer overleed in 1974, 94 jaar oud jaar, Fokkina overleed in 1976: 84 jaar oud, ze zijn ruim 52 jaar getrouwd geweest.
Zolang ik me bewust ben geweest van hun trouwdag (die tevens de verjaardag van Koningin Wilhelmina was) herinner ik me dat mijn moeder altijd op die dag vaasjes met de mooiste eigengekweekte goudsbloemen op diverse tafeltjes neerzette.
En zo staan er bij ons thuis altijd op 31 augustus altijd eigengekweekte goudsbloemen in vaasje ter herinnering aan die lieve mensen.
Tenslotte: Ik kwam op het idee om dit alles neer te schrijven om dat mijn moeder altijd een Zondagskind is gebleven en omdat het vandaag Zondag 6 december 2009 is, 118 jaar na haar geboorte.
(Opmerking: ik plaats dit verhaal zondermeer, ik ben als de dood dat (ook) dit verhaal de mist in gaat. icon smile ZONDAGSKIND of icon sad ZONDAGSKIND ? icon smile ZONDAGSKIND moet!!

Roboeskool en de Muur

Herdenking van de Val van de Berlijnse Muur,

Zoeven las ik op internet dat een herdenking in Berlijn heeft plaatsgehad waar 3 oud-regeringsleiders als hoofdpersonen aanwezig waren, het waren: Michael Gorbatshov, George Bush (Sr) en Helmuth Kohl.

Het feit werd herdacht dat de Berlijns Muur 20 jaar geleden werd opengebroken nadat hij meen ik in Augustus 1963 werd gebouwd en dat was bijna 20 jaar later dan ik  in februari 1954 bij Checkpoint Charley heb gestaan, op Tempelhof een week heb gelogeerd en persoonlijk een onverwacht bezoek regelde met de Regierende Burgermeister (Oberburgermeister) van West-Berlijn: Dr. Walther Schreiber. Het gesprek in zijn villa vond spontaan plaats en duurde ongeveer 1 1/2  uur.

Ik wist waar ik over sprak, ik was van Gereformeerde huize en dus Antirevolutionair, tevens voorzitter van de Delfzijlse Arjos (AR-jongeren), had de bezetting  meegemaakt, na de oorlog alles gevolgd via radio en krant, en de Duitse opbouw bestudeerd.

Nadat ons een cognac was geserveerd (de temperatuur buiten was -18 C, sprak ik over het doel van mijn komst: de wederopbouw van West-Duitsland en van West- Berlijn in het bijzonder. Ik kreeg  op rustige wijze  duidelijke antwoorden op al  mijn vragen,  het  gesprek verliep in het Duits (”Der Herr spricht gut Deutsch”  zei mijn gastheer tegen een mevrouw die bijna geruisloos hem vroeg of zij soms moest ‘dolmetschen’).

Vanwege mijn onaangekondigd-, onverwacht bezoek en zijn correcte houding tegenover een 25-jarige enthousiasteling  meende ik na 90 minuten hem eveneens correct te moeten bedanken. Hij begeleidde mij tot aan de voordeur na mij nog de naam van de top-ambtenaar op het stadhuis Scho”nbrunn te hebben gegeven bij wie ik de volgende ochtend allerlei Berlijn-documentatie zou krijgen.

Roboeskool.

Voor de oorlog liep een groentenventer met een handkipkar door de Delfzijlse straten, hij verkondigde luidkeels welke groenten hij in de aanbieding had (helaas kan ik nu niet zo gauw op zijn naam komen, komt nog wel). Het ging alles op zijn platgronings, wij konden dat nadoen, wij konden dat als 6,  8 of 10 jarige even goed (dachten we). We mochten dat alleen niet vlakbij hem doen:  “Roboeskool, andivie, spinoazie, prai….”   (Roboeskool=rode kool) 

En daar moest ik zostraks aan denken toen ik las over die 3 ex-wereldleiders in Berlijn (vandaar de volgorde):

Ro… Boes….Kool  >>>>   Rode leider…….Bush…..Kohl

Dit moest ik toch even kwijt.

N.B. Ik heb geen umlaut etc. kunnen vinden, ik moet deze blog meteen versturen anders gaat hij – zoals zovele concepten voordien – de mist in.

N.B.-2  Ik ben aan het experimenteren en daar zal ik nog wel even mee doorgaan, ten koste van degenen die mijn blog lezen maar terzijde leggen omdat mijn verhaal hen niet (voldoende) interesseert. Maar ja, ik ben een laatbloeier, mijn excuus: ‘beter een laatbloeier dan geen bloeier’ (en dit slaat natuurlijk nergens op).

‘Fijne avond nog’  wenste  de Turkse schoenmaker mij vanmiddag toe toen ik het rode schoentje (van mama @JanDor)dat hij gerepareerd had, weer ophaalde. Ik was voor ‘t eerst in zijn zaak, hij ‘burgert in’ en dat doet me goed, ik vergelijk dat met mijn ‘twitter’- en ‘blog’ activiteiten.

“Fijne avond nog” allemaal icon smile Roboeskool en de Muur

ZEESTER

Zonnige dag,
Het was al voorspeld voor Woensdag 28 oktober: lekker, zacht en zonnig weer, en toen ik vanmorgen  wakker werd  zag ik dat deze blijde boodschap wel eens uit zou kunnen komen, metteen dus douchen, aankleden en de laptop aangezet. Ik  had geen  nieuwe e-mails ontvangen en dus zette ik  twitter aan, helaas:  er kwam  slechts  een en nog wel de bovenste helft van de kolom ‘All Friends’ op mijn  scherm met nog geen handvol  tweets. Toen werd  ik dwars en besloot  -  net als in de afgelopen  4 dagen – mijn tuin weer in te gaan, er zijn in deze tijd  van het jaar immers nog veel activiteiten mogelijk.

En dat is maar goed ook voor de oudere generatie, anders is er immers weinig perspectief  voor de bay-boomers en hun navolgers die ruimschoots de 100-jarige leeftijd zullen overschrijden.     

 Dakgoten

    Onze dakgoten en die van de oudere (in mijn geval jongere  buurvrouwen) had ik staande op een redelijk hoge ladder de vorige dag bladvrijgemaakt.  Monique, ook bij ons in de wijk ( qua leeftijd had ze  mijn dochter  kunnen zijn - haar oudste zoon  Arjen (geb. 31-12-’85), die totnutoe  de hoogste dakgoten van ons  ouderen verzorgde is even oud als mijn oudste kleindochter)  vertelde lachend dat ik bovenaan de ladder nog  boomtakken met daaraan nog groen blad had afgeknipt/afgezaagd  omdat ik zo’n hekel heb aan onnodig  extra werk.

 

 

 

 

 

 

Koffie + gebak

We hadden een heel goede kennis thuis die ons bij de koffie tracteerde op gebak t.g.v. haar 50-verjaardag a.s. donderdag

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

anwege het mooie weer – mijn fiets om spullen naar de Zeister-stort te brengen. Doorgernaar De Bilt waar ik ter hoogte van het tunneltje bij het KNMI even ben afgestapt om de ‘weergoden’  in dat gebouwencomplex met de dominante witbol-weerradar te bedanken voor hun fantastisch vakmanschap, maar dat zult U zelf kun met nen bevestigen als dit – mijn – verhaal nog interessant genoeg is om verder te lezen.

Ik denk dat ik niet te boud heb gesproken, ik ga dus verder; wel meen ik er goed aan te doen om mijn totnutoe-lezers die het thans voor genoeg vinden te bedanken voor hun aandacht, en besluit:  misschien tot een volgende keer!

Haha, en nu de doorlezers!

Na mijn boodschappen in De Bilt fiets ik terug (10 euro korting gehad + de benzine uitsparing hoewel mijn vrouw nog had aangedrongen op het gebruik van de aut0).

Ik sta te wachten voor het stoplicht bij de ‘Europatuin’  (100 meter of daaromtrent verwijderd van het KNMI en eerdergenoemd tunneltje), ik sta daar alleen, kijk om me heen zoals  ik mijn hele leven al heb gedaan want in het Groninger platteland kon je eindeloos ver, nog verder dan tegenwoordig vanwege de veelvuldige bos/boomaanplantingen kijken en wat zie ik bijna recht voor me laag aan de heldere en blauwe lucht  vlak naast het brandende rode licht dat mij het doorrijden verbiedt?

Een    z e e s t e r

Een zeester die ik – nu met beide benen op de grond, want ik ben afgestapt - eens aandachtig  wil  bekijken; als kind heb ik wel eens een zeester gezien en zelfs in de hand gehouden, maar een zeester in de blauwe zee van het zwerk nog nooit. Zo sta ik een tijdlang te kijken maar er verandert niets, de zeester beweegt  niet. ‘Het natuurverschijnsel’  blijft me boeien, 5 armen net als bij het zo bekende zeediertje. Als je het op een wijzerplaat zou aanduiden dan wijzen de armen naar: 1 arm (de dikste en ook de kortste) naar de 12, de 2 langste armen tussen 9 en 10, resp. tussen 2 en 3 en de beide anderen  naar 5 resp 7 uur.

Ik stel mezelf nu een aantal vragen:

1.  Waaruit bestaat dit beestje dat ondanks zijn afmetingen toch heel sympathiek overkomt?

2.  Hoe ver is het van mij verwijderd?

3.  Hoe is dit alles tot stand gekomen?

Antwoorden:

ad 1.  Ik  zie nu duideijk dat het alleen vrij korte vliegtuigtrails zijn die door 1 punt gaan (aan de iets verdere hemel zie ik ook vederbewolking of hoe dat mag heten),

ad 2.  Hoe ver is het bij mij vandaan, heel ver, maar hoe ver. Nu roep ik Pythagoras die ik al heel lang ken te hulp, zoals vaker heeft hij een wedervraag:  omdat er in zijn tijd nog geen vliegtuigtrails bestonden vraagt hij wat dat voor dingen zijn. Blij dat ik ook hem van dienst kan zijn vertel ik hem van de honderden vliegtuigtrails die ik in de laatste oorlogsjaren over Delfzijl en het omliggende wijde Groningse platteland heb zien trekken, toen op nog lagere hoogten dan tegenwoordig. Hoe hoog nu? vraagt hij, ik zeg: 10 `a  11 km.  Hij: Onder welke hoek zie je die zeester? Ik: 10 graden (schat ik want ik heb geen meetinstrumenten bij me).     

 

Volgende keer meenemen adviseert hij,en ik knik instemmend en dan word het me ineens duidelijk waar hij heen wil.

“Denk eens aan mijn stelling!” zegt hij nog gauw even fijntjes als hij merkt dat ik dicht bij de oplossing kom: 2 hoeken en 1 rechthoekzijde bekend in een rechthoekige driehoek! En weg is Pythagoras…..

Ik denk en reken uit mijn hoofd, hoe lang is de basis van mij gerekend tot de plaats onder de zeester?

—Tegenligger—-

Daar zie ik een vliegtuigtrail achter de zeester opduiken en ik realiseer me dat het trekkende vliegtuig mijn richting op vliegt en ‘vlak langs’ (nou ja, wat is vlak langs?) mijn zeester zal trekken, dat vliegtuig is mijn referentiekader en ik kijk op mijn horloge. Ik wacht en wacht en na korte tijd is het zover: 12.29. Zodra ik ‘groen licht’ krijg steek ik de weg over en rijd over de parallelweg  naar Zeist, ik haast me want ik moet een bomenrij langs passeren en het vliegtuig ‘fietst’ 100x zo snel als ik, bovendien rechtoe-rechtaan terwijl ik nog wel eens een flauw bochtje moet maken. Gelukt: het vliegtuig is nog niet bij mij, ik zie de zeester voor mij en rechts de zon (bijna in het zuiden)

Iets minder dan 6 minuten heeft het vliegtuig er over gedaan, bij een grondsnelheid tussen de  900 tot 960 km/u. heeft  het vliegtuig dus 90 tot 96 km afgelegd.

Even later is het 12.40 en ik kijk naar de zeester en naar de zon die nu pal in het zuiden staat want we zijn weer terug in de wintertijd. En zoals mijn vader ons al voor de oorlog vertelde: de Amsterdamse Tijd loopt 40 achter op de Berlijnse Tijd en 20 voor op de Londense  tijdrekening (wij hoorden via de radio destijds als Berlijn 1 januari aankondigde, 40 minuten later gevolgd door ‘Hilversum’/Huizen (?)  en weer 20 later door Londen.

Senioren: Blog & Twitter

Inleiding.

Dochter Jannetta vindt dat haar vader zich moet kunnen uiten via internet en email. Dus krijg ik t.g.v. mijn verjaardag medio 2008, een laptop. Enige ervaring heb ik al met computers, niet erg positieve ondanks de computercursus die ik heb gevolgd. Maar goed, eigenlijk niet goed want  ik type zeer langzaam en niet met alle 10 vingers en in het tempo 120 (?) aanslagen/min zoals ik het in het najaar 1944 heb geleerd omdat ik anders in Appingedam toch maar ‘Deckungslöcher’ moest graven voor de Duitsers, voor of na HBS schooltijd. ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’ als leidraad en als je dus toch niet naar school gaat dan kun je nog altijd leren typen. Zo gezegd, zo gedaan, ik voldeed aan de exameneisen en dacht midden januari 1945 in de stad Groningen, waar de examens voor een groot deel van de 3 noordelijke provincies zou worden afgenomen, wel zou slagen. Eilasie, de treinen reden niet meer, althans niet voor civilians zoals ik, uiteraard wel voor de Wehrmacht. Geen type-examen gedaan, nimmer type-examen gedaan, weinig moeten typen totnutoe en zo raakten veel vingers – althans voor dit werk – overbodig. Nu type ik o.h.a. met  2 of 3 vingers, ik weet het niet eens maar 120 aanslagen per minuut, ho maar!

In december 2008 moest ik me verder ontplooien: Jannetta had een duidelijke handleiding  voor de laptop – een menu  nog wel, aangemaakt en het werkte.

Ik produceerde en publiceerde en ontving positieve reakties, ik kreeg er plezier in en zag me al vroeg of laat genomineerd voor een literatuurprijs. Mijn fantasie kreeg nieuwe impulsen…..

Dan overkomt me opnieuw – met de allerbeste en liefste bedoelingen - een nieuwe cultuurschok: twitter !

Als mijn kenmerk verzint Jannetta de blauwe planeet om aan te geven waar zoal mijn interesses liggen, en als ik tegenwoordig , dus na 5 maanden twitteren, een ‘All Friends’ of andere kolom scroll dan herken ik mezelf direct, de anderen hebben veelal foto’s die voor mij veel moeilijker te herkennen zijn.

Ik heb intussen al heel leuke twitter-contacten hoewel ik  slechts enkelen van gezicht ken  die ik een paar maanden geleden bij ‘Tweist‘, georganiseerd door Jandor en Hoks heb ontmoet. Petrah heeft me toen het tweetboard (?) aan de muur uitgelegd, ik heb er de tweeling Jelle en Jurre (samen bijna 15 jaar en beiden collega-twitteraars !) ontmoet die met mij als oudere twitteraar voor een batterij fotografen mochten poseren. Het leek wel de fotosessie van Willem-Alexander met zijn gezin, ook een twitteraar maar die twittert via de RVD naar verluidt en niet zelf zoals de minister van buitenlandse zaken pleegt te doen.

Ik vind twitteren niet gemakkelijk, ik kom heel veel uitdrukkingen tegen die ik niet ken. Zoals vanmorgen: Skype, Skypecall (ing), mijn engelstalige woordenboeken, van dale, grote winkler prins, ze laten me in de steek, dus naar wikipedia en wat krijg ik? ’speelhallen’ en ’skeptical’. En dat heb ik de originator van dit woord – Zorg20- vanmorgen nog getweet icon wink Senioren: Blog & Twitter .

Voor wat betreft de twittersfeer heb ik de grootste bewondering  voor de altijd behulpzame juffrouwJannie (dubbel J) die in de kantine een heel skala aan lekkers in de aanbieding heeft, als ze ’s morgens gaat afsluiten geeft ze – vind ik – met enige schroom  aan dat ze toch nog enige tijd nodig heeft om voor de lunch weer alles voor elkaar te krijgen. Jammer voor haar dat ik me overdag en ’s nachts beperk tot vrij sterke koffie.

Ik vind haar heel sympathiek, ze heeft hart voor de zaak en voor de mensen, het deed me vanmorgen (eigenlijk gistermorgen) dan ook  pijn te lezen dat iemand haar dweil niet had uitgeknepen en ik begreep haar gevoelens zo goed dat ik er op deze plaats  gewag van wil maken, ik hoef me in mijn blog niet te beperken tot 140 twittertekens, ik benadruk met klem dan ook: de dweil van juffrouwJannie moet altijd uitgeknepen worden.

Iets korter wil ik het hebben over alffen (dubbele f), ik heb elke dag een tweet naar hem gestuurd, hij heeft liters goulash soep uitgedeeld en nog veel andere consumpties (zie zijn tweets), hij heeft de eerste 2 ochtenden  vanaf rond 5u de hele dag  klaar gestaan voor anderen, die gezellig – al dan niet met pijnlijke voeten,  zingend en zwaaiend - voorbij kwamen,  hij stond zijn mannetje, met zijn koffieketel en/of soeppannetje. icon wink Senioren: Blog & Twitter     Hulde!!!

Ik weet waar ik het over heb, ik heb de Nijmeegse Vierdaagse (uit)gelopen in 1949, 1950 en 1982.  En ik heb de eerste en de derde keer ervaren dat er toch bergen in Nijmegen zijn!

Tenslotte:

Een week geleden logeerden mijn vrouw en ik in een hotel in Berg en Dal (hier hoofdletters), we waren in jaren niet meer in de directe omgeving geweest, wij komen vaker in Kleve, Emmerich en ook Arnhem. We bezochten o.a de Heilige Land Stichting waar de Aalmoezeniers en Veldpredikers van destijds (1948), de rekruten naar toe brachten. Ook dat is veranderd en vernieuwd, zowel Jodendom als Islam is nu ook  vertegenwoordigd.

Onze terugreis ging via het centrum van Nijmegen resp. van Arhem, mijn vrouw kent Arnhem beter dan Nijmegen en ik wilde met haar over de Groesbeekseweg rijden om haar de plaats te laten zien waar de kazernes hadden gestaan, ik was daar in zeker 20 jaar niet meer geweest en die kazernes hadden plaats moeten maken voor woningbouw. Wij rijden daar dus en ik zeg: hier ergens moeten ze gestaan hebben.

En dan zie ik daar beide kazernes nog,  in volle glorie op het grote terrein achter het hek, de plaats waar ik als jonge dienstplichtige op wacht heb gestaan. Het front van beide kazernes is exact  hetzelfde gebleven, de hoofdingang van de Krayenhof kazerne – destijds het heiligdom van de regimentscommandant (luchtvaarttroepen) – geeft toegang tot een heel aantrekkelijk restaurant  met buitenterras voor het gebouw, de vriendelijke knappe ober lacht als ik hem vertel dat hij slechts weinig ouder is dan ik toentertijd. Ook de Snijderskazerne – mijn kazerne – is uiterlijk niets veranderd maar van binnen eveneens verbouwd tot vele woningen  voor alle leeftijdsgroepen.

TABORA LAMPUNTUR

Hindenburg

Woensdag 6 mei 2009,

Vanmorgen moest ik enkele zaken regelen bij mijn bank en gewoontegetrouw doe ik dat per fiets, weer of geen weer (op een enkele uitzondering na). Ik droeg zomerkleding maar dat viel me knap tegen, na een klein kwartier fietsen was ik blij met de aangename temperatuur die ik in de bank aantrof. Ik besloot daar enige tijd te vertoeven met het lezen van een tweetal dagbladen onder het genot van een bekertje sterke zwarte koffie, mijn gedachten gingen toen uit naar onze onvolprezen twitter-koffiejuffrouw Jannie die vanmorgen zo haastig haar Gerard te hulp moest schieten om verder verzakken van de caravan te voorkomen. Ik hoop dat dat inmiddels gelukt is. Al opwarmend, al lezend, al koffie drinkend, al rondkijkend dacht ik na over alles wat het AD (ook met Zeist-nieuws) en De Telegraaf  aan ouder- en nieuwer nieuws te berde brachten. Een magere mevrouw van meer dan middelbare leeftijd die iedereen in ons dorp van gezicht kent omdat ze armoedig gekleed overal opduikt en nergens overlast bezorgt had even voor mij – en zelfs nog schichtig rondkijkend ook een(!) beker warme koffie uit de gratis  automaat gehaald; haar zie ik in de nabijgelegen Openbare Biliotheek dikwijls met krant of tijdschrift uitrusten, hier waar de koffie gratis is durfde ze dat kennelijk niet of misschien boezemde ik als enkele aanwezige haar weinig vertrouwen in. Ik had me trouwens voorgenomen dat als iemand haar iets in de weg zou leggen ik me er subiet mee zou bemoeien.

Afijn, een van beide kranten (misschien beiden wel) vermeldde het feit dat op 6 Mei (met hoofdletter) 1937 op Lakehurst, New Yersey het 245 lange Duitse luchtschip ‘Hindenburg‘ in vlammen was opgegaan. Er stond nog een foto bij van de ongelukkige zeppelin.

Zo zat ik daar alleen en mijn gedachten gingen ver terug, wel zeventig jaar.  Omdat ik vroeger goed heb leren rekenen corrigeerde ik mezelf: twee-en-zeventig jaar geleden. Ik zat nog maar pas in de 3e klas van de Lagere School - nog maar enkele weken omdat in die tijd bij ons 1 April als peildatum werd aangehouden. Ik ben eind Mei geboren  en was dus bijna 7 jaar oud toen ik voor ‘t eerst naar school ging. Wel een beetje jammer vertrouwde mijn moeder me later toe want ik was nogal een druk jochie en had bovendien een ruim 4 jaar jonger, lief en rustig broertje Johan.

Klas 3  (groep 5 tegenwoordig),  maar lezen kon ik al wel een beetje, dat hadden mijn 4 jaar oudere broer Jaap en mijn  2 1/2 jaar ouder zusje Ludy me wel geleerd. Zo spelde ik de krant, net als de anderen….en bovendien hadden we de radio (sinds 1934: Melbourne-race).  Ik herinner me ook de gesprekken over deze ramp, gesprekken tussen mijn ouders, mijn grootouders, oom en tante en vele andere oudere mensen waarbij ook de ondergang van de ‘Titanic’ (25 jaar eerder) ter sprake kwam. Gewend aan veel schipbreuken met verdrinkingen en vermissingen waarbij mijn familie betrokken was betrof het hier echter een calamiteit van een heel andere orde.

Een groot aantal mensen, ook in Nederland, had kennis gemaakt met het fenomeen Zeppelin (’zeppelin’ tegenwoordig?), men had ze over zien komen, ik ook, bij de stad Groningen en het was indrukwekkend; ik had thuis ook een Zeppelin, van metaal en grijskleurig. Mijn luchtschip had een lengte die vergelijkbaar is met de breedte van mijn laptop waarop ik dit alles nu neerschrijf terwijl de doorsnee ervan overeenkomt met een tweet van 140 tekens als ik me dit alles goed herinner. En zo probeer ik aan te geven wat in een mensenleven zo al niet te beleven en zelfs te combineren valt.
Mijn luchtschip is – evenals de ‘Hindenburg’ – van de aardbol verdwenen, alleen de herinnering blijft !

Wij zijn na het overlijden van mijn schoonvader Gerrit Rap (=opa van jandor) in 2001 in Egnach (CH) aan de Bodensee geweest, onze vriend Kurt Hofer heeft ons daar een rondvlucht aangeboden over de 3 landen aan dat meer waarbij we o.a. boven Ludwigshafen een Zeppelin, een ‘blimp’, hebben zien vliegen.

Deze blog wilde ik vandaag, woensdag 6 mei 2009, plaatsen, het wordt door een foutje een dag later maar niet zonder vermelding van een oud boek dat ik het mijne mag noemen:

Generalfeldmarschall
von Hindenburg

Aus meinem Leben

ausmeinleben2 Hindenburg

Aus Meinem Leben von Hindenberg, foto via eBay

1920

Verlag von G. Hirzel in Leipzig

409 pagina’s, 3-tal kaarten (slagvelden W-O front), tekst oud-Duits schrift

Lees verder ‘Hindenburg’